Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 49 —
dikwijls gemakkelijk en zonder geneesmiddelen overwon-
nen wordt, zoo men orde in het zogen invoert en aan het
maagje tusschen elke twee maaltijden behoorlijk rust gunt.
Maar gaat de moeder, zoo als trouwens dikwijls gebeurt,
op den verkeerden weg voort, blijft zij de maag van den
zuigeling overladen, dan wordt hij, in weêrwil van de aan-
gew^ende geneesmiddelen, al bleeker en bleeker, het vleesch
van zijne armpjes en beentjes wordt slap en menigmaal
wordt op die wijs de grond gelegd tot voortdurend suk-
kelen.
Ik heb alzoo bewezen, dat moeder en kind er beiden bij
winnen, als zij niet dan op gezette tusschentijden aan het-
zelve de borst xeikt.
Maar hoe groot behooren die tusschentijden te wezen?
Het antwoord ligt voor een groot deel opgesloten in 't
geen zoo even gezegd is. De zuigeling verteert zijn voed-
sel snel en kan maar kleine hoeveelheden telkenreize tot
zich nemen. Naar mate zijn maagje ruimer wordt, mag
men hem wat langer laten wachten; doch men moet altijd
bedenken, dat de tusschentijden, die voor een volwassen
mensch passen, voor een kind, en vooral voor een' zuige-
ling, te lang zijn. In de drie of vier eerste weken behoeft
de moeder zich niet aan een' bepaalden regel te binden;
maar als zij, uit het kraambed hersteld, hare gewone le-
venswijze herneemt, moet zij beginnen de boi-st op gezette
lijden te reiken. Als de zuigeling zes weken oud is, moet
voor 't minst anderhalf uur Uisschentijd gelaten worden ,
in de derde maand ten minste twee uren en in de vier-
de maand zal hel genoeg wezen, zoo hij van des och-
tends vroeg lol des avonds laat zes- of zevenmaal de borst
krijgt. Als de moeder zich teji regel stelt om, eer zij
zich te slapen legt, haar kindje nog eenmaal volop de borst
te geven, dan zal het haar in den nacht nog eens of twee-
maal wekken, en dat kan zij, zoo zij maar tamelijk sterk
van ligcliaamsgestel is, wel uithouden. Dat de zogende
eene goede nachtrust geniete, is voor 't behoud harer
gezondheid wel nuttig en voor de bereiding van ge-
zond zog bevorderlijk; maar als de meergegoede vrouw,
die voor hare kinderen eene afzonderlijke dienstmaagd kan
4