Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
lieid, en daarLij Lleek en mager worden en zelfs Llaauwe
kringen om de oogen krijgen, terwijl andere, inderdaad
minder sterke vrouwen er nooit beter uitzien, dan zoo
lang zij zogen.
Dat komt omdat de eerste soort van moeders, ver-
trouwende op de sterkte van haar gestel, te veel doen, on-
verstandig mild zijn, het kind gestaag aanleggen, en zich
des nachts, met den zuigeling aan de borst — eene hoogst
nadeelige gewoonte — aan den slaap overgeven. Hoe va-
ker het kind zuigt, des te meer zog wordt er voortgebragt,
en eindelijk raakt de al te milde voedster, hoe sterk ook
in den beginne, ondermijnd en uitgeput, terwijl de minder
sterke vrouw, die er op bedacht was hare krachten te
sparen, zich gedurende het zogen boven verwachting ge-
sterkt kan gevoelen.
Voor den zuigeling is orde en regelmaat in 't zogen
niet minder noodzakelijk. Menige moeder redeneert bij
zich zelve aldus: "Ik kan niijn kind gelukkig volop de
"borst geven, en waarom zou ik ook niet? Hoe meer
"goed zog het krijgt, des te voorspoediger zal het groei-
"jen!" Maar deze redenering gaat niet op, en is geheel
valsch. Dat de zuigeling genoeg moet krijgen, is buiten
kijf. Maar zijn lijfje is geen vat, dat men hoe eer hoe
beter moet vol gieten. Al wat de kleine tot zich neemt,
komt in zijn maagje en helpt niets, het kan geen kracht
geven, ten zij het behoorlijk verleerd worde. Nu heeft de
maag van een kind, even als die van een volwassen mensch,
om zijn werk goed te doen, tijd noodig. Wel verteert de
zuigeling spoedig zijne melk, maar het duurt toch wel an-
derhalf ä twee uren, eer zijn maagje, na volgeweest te
zijn, weer ledig is. Geeft men nieuw voedsel, eer de vorige
portie verteerd is, zoo komt de maag geen oogenbhk tot
rust en dit is allerongezondst: de spijsvertering geraakt
alsdan in wanorde, het kindje begint van tijd tot tijd te
braken, het wordt gekweld door opzetting van winden, lijdt
aan verstopping of doorloop, krijgt, in één ivoord, wat
men in 't dagelijksche leven het zuur noemt. Men geeft
alsdan geneesmiddelen, die meestal maar voor korten tijd
helpen, en weet of bedenkt niet, dat die ongesteldheid