Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 42 —
't zuur dan eenige droppels jenever (!!!) op een stukje
spek!! Dat verwarmt dan tegelijk, zeggen zij, het maagje!!
o Dat de moeders toch begrepen, hoeveel nadeel zij aan
hare kinderen kunnen berokkenen door het oor te leenen
aan den raad van onkundige en onbevoegde menschen die
voor Doctor spelen! En vergeten we niet de slaapstroop-
jes, waardoor, zoo als men voorgeeft, de onrustige kin-
dertjes zoo rustig worden! Moeders! de slaapstroop — aan
hoe menjg kind wordt nog in stilte slaapstroop gegeven ! — is
een tweeledig vergif voor uw kind, vergif voor het lig-
chaam, vergif voor de ziel. — Wie aan zijne kinderen
slaapstroop ingeeft of laat ingeven, ze dapper wiegt, en
hun later, als ze stout zijn, nu en dan eene fiksche oor-
veeg geeft, mag zich verzekerd houden, dat ze zoo dom
zullen blijven, dat ze veel langer dan gewoonlijk, mis-
schien altijd, tot last van de ouders zijn. In zeker huis-
gezin verheugde de moeder zich dikwijls, dat hare kleinen
's nachts altijd zoo rustig doorsliepen; maar opgroeijende,
bleven al haar kinderen in 't leeren achterlijk. Bij 't jong-
ste kind ontdekte zij, dat de oude, als getrouw beschouwde
dienstmaagd, om zich zelve rustige nachten te verschaffen,
gewoon was aan de kleinen slaapstroop in te geven, 't Ge-
volg is geweest, dat allen, behalve 't jongste kind, dat er
nog weinig van gebruikt had, dof en traag van geest ge-
bleven zijn, eri de grootste moeite hebben, om door de
wereld te komen.
viii.
eerste moedervreugd.
Het tijdstip naderde nu, waarop klara moeder moest
worden. Tot den laatsten dag bleef zij al hare huisselijke
bezigheden naar gewoonte verrigten, en, ofschoon het ne-
men van beweging haar bezwaarlijk was geworden, liet zij
niet af zich dagelijks met avillem, als deze een oogenblikje