Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 41 -
sterk, zoo als ook schelle geluiden het zwakke gehoorwerk-
tuig te zeer aandoen. Het bedje behoort in dier voege
geplaatst te worden, dat het licht niet in de oogjes schijne.
's Menschen eerste levensweken worden bijna geheel sla-
pend doorgebragt. Dat slapen is heilzaam en mag niet
gestoord worden. Rust en stilte in de kraamkamer is voor
moeder en kind even weldadig.
Pasgeborene kinderen hebben de kracht nog niet om te
kunnen zitten: hun halsje is nog te zwak om het hoofd
— dat in verhouding tot het overige ligchaam zeer zwaar
is — te kunnen dragen. Daarom moet het kraamkind,
zoo lang het iji handen is, in eene liggende houding ge-
dragen worden. Hoe dikwijls wordt tegen dit voorschrift
gezondigd! Men laat het kindje op den ai-m zitten, zon-
der er op te letten, dat het hoofd naar de eene of andere
zijde overhangt. Alvveêr nuttelooze pijn! Allerprijzens-
waardigst is de gewoonte, om den jonggeborene, zoo lang
hij wakker en in handen is, gewikkeld te houden in een
zacht met watten gevoerd dekentje, welks bovenpunt in
dier voege buitenwaarts w ordt omgevouwen, dat het hoofdje
er op komt te rusten. De benedenpunt worde losjes over
de beentjes geslagen, terwijl de beide andere punten het
lijfje bedekken. Als de zuigeling stevigheid genoeg ver-
krijgt, om zijn kopje regt te kunnen houden, worde dit
dekentje weggelaten.
Op de ontlastingen van het jonge kind acht te geven,
verdient aanbeveling, omdat men uit de hoedanigheid be-
oordeelen kan of de genotene moedei-melk goed verteerd
wordt. Maar in geen geval mag deze oplettendheid leiden
tot het toedienen van geneesmiddelen op eigen gezag. On-
telbare malen wordt reeds in de eerste levensdagen door te
onpas gegeven geneesmiddelen de grond gelegd tot een
sukkelend leven. Met deze of gene soort van olie, met
senebladen, stroop en vele andere dingen, kan men de
lieve kindertjes zoo zoetjes aan ziek maken, en als men
er maar trouw meê voortgaat, kan men ze er zelfs mede
in 't graf helpen. Wat durft de domheid niet al aanprij-
zen als geneesmiddel voor de teêre wichtjes? Zoo zijn er,
b. v., menschen, die beweren, dat er niets beter is tegen