Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 40 —
veel gemak verscliaft aan de moeders; ik weet ook, en
erken, dat het leven eener vrouw, die 's nachts zelve voor
haar kind zorgt en den ganschen dag in de huishouding
bezig is, eene aaneenschakeling van vermoeijenissen wezen
kan; maar aan den anderen kant is het toch ook waarheid,
dat men bij de opvoeding altijd in de eerste plaats vragen
moet: wat is doelmatig voor het kind? en dat de vraag:
wat geeft gemak aan haar, die voor hel kind zorgt? nooit
op den voorgrond mag gesteld worden. Vraagt men nu,
of het wiegen heilzaam of zelfs onschadelijk voor de kleine
is, dan ontveins ik mijne overtuiging niet, dat het op den
duur eene nadeelige uitwerking oefent, 't Geschommel
van de wieg brengt het kind in een' toestand van bedwel-
ming of verdooving, die, wel is waar, voorbijgaande is,
maar telkens herhaald, met geen mogelijkheid onschadelijk
wezen kan. Kinderen, die veel gewiegd worden, zijn door-
gaans minder opgewekt en levendig dan dezulke, die
nooit gewiegd zijn. 't Mag waar wezen, dat enkele malen
zoetjes aan 't wiegtouw te trekken geen nadeel doet; maar
van enkele malen te wiegen, komt het van zelf tot veel-
vuldig, tot te veelvuldig wiegen; want als 't kindje een-
maal in de schommelende beweging smaak vindt, wil het
al meer en meer gewiegd worden, en voor de moeder is
het zoo verleidelijk, om, als het wichtje 's nachts schreit,
liever — zoo half voortsluimerende — aan 't wiegtom\
te trekken, dan te gaan onderzoeken, wat er eigenlijk aan
hapert en de oorzaak, die 't kind deed schi-eijen, weg te
nemen. Zoo gewent de moeder zich dan om oogenblik-
kelijke bedwelming te veroorzaken, in plaats van ivezen-
lijke hulp le verleenen, en dil is, in mijn oog, het aller-
grootste nadeel van 'l wiegen.
In menig kraamvertrek stelt men de oogen van hel pas-
geboren wicht, zonder ze in 't minst te ontzien, aan te
veel of te scherp licht bloot. Grootvader en grootmoeder
en de verdere bloedverwanten willen weten, op wien het
lieve kind gelijkt en welke kleur van oogen het heeft, en
de baker moet bijlichten met de lamp. Alweer nuttelooze
plagerij! Al wal de zintuigen sterk aandoet, is in die
eerste dagen pijnlijk. Fel licht prikkelt de teére oogjes te