Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 38 -
van den dood, of, zoo liet Lij uitzondering liet leven mag
Leliouden, is het Lijna altijd voos en kwaadsappig, wcint
enkel pap — gelijk ik u in het volgende opstel bewijzen
zal — enkel pap is geen voldoend voedsel voor een kind.
Bij de Lehoeftigen sterven van de kinderen, die de Lorst
niet krijgen, nagenoeg twee derde gedeelten vóór den af-
loop van Let eerste jaar, dat is van de dertig twintig,
van de zestig veertig, van de negentig zestig. Meestal
ontLreekt Lij de vrouwen uit de laagste standen, en op
sommige plaatsen ook Lij den gegoeden Loerenstand, de
overtuiging van het noodzakelijke om te zogen, en daarom
hapert hpt ook dikwijls aan den wil er toe. Men weet niet
Leter of het Lehoort nu eenmaal zoo, dat zoo vele jonge
kinderen sterven en men schikt er zich in eenige van de
zijne naar het kerkhof te Lrengen. Betreurenswaardige
verblindheid! neen! dat verschrikkelijk verlies van men-
schenlevens Lerust niet op eene natuurwet; het komt ter
verantwoording van de moeders, die niet zogen; het komt
op rekening van de onnatuurlijke voedsels, waarmede men
de ongelukkige wichten langzaam vergiftigt! Men zou aan de
vrouwen uit de lagere klassen naar waarheid kunnen voor-
hoviden, dat haar eigen welLegrepen Lelang veeleer mede-
Lrengt te zogen, dan Let niet te doen. De vrouw, die
niet zoogt, staat na Lare verlossing aan ziekten Lloot,
waarvan zij, die wel zoogt, vrij Llijft. Zoo lang eene vrouw
zoogt, wordt zij, in den regel, niet op nieuws zwanger:
het gezin vermeerdert dus niet zoo snel, de vrouw krijgt
niet zooveel kinderen, de zorgenlast wordt dus minder
zwaar; en de kinderen, die zij krijgt, heLLen grooter kans
om in 't leven te Llijven. Nu is het eene onLetwistLare
waarheid, dat de vrouw, die getoond heeft eene goede moe-
der te zijn, in hare kinderen, als deze groot woi-den, haar'
Lesten steun vindt, en dat, al heeft zij het zwaar, zoo
lang de kinderen klein zijn, zij later Lijna altijd hare zor-
gen rijkelijk vergoed ziet.
Terwijl de kraamvrouw van de smarten der bevalling
uitrust, mag men den pasgeLorene eenige paplepels laauw
suikerwater toedienen. Kamillethee, venkelwater, en al
wat medicijn is, komt niet te pas, ten zij het kindje ziek