Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
Dat iedere gezonde moeder liare kinderen Lehoort le zo-
gen, is eene zoo klaarblijkelijke waarheid, dat het onbe-
grijpelijk sehijnt, dat sommige vrouwen zich willekeurig
aan dezen eersten en zoetsten der moederpligten onttrekken.
Als de kraamvrouw den tweeden of derden dag na de be-
valling het zog in hare borsten voelt oprijzen, en ziet, hoe
het haar kind ingeschapen is met gretigheid te zuigen, moet
zij wel, óf uiterst dom, óf zeer verhard van gemoed zijn,
zoo zij niet begrijpt, dat in dit oprijzen der melk in haren
boezem, in verband met het instinct van den pasgeborene,
om gretig de borst te vatten, een uitdrukkelijk gebod van
den Schepper ligt opgesloten, dat op de vrouw, die het
kind gebaard heeft, ook de verpligting rust om het te
zogen. Vader cats zegt naar waarheid:
Ecu die haer kindej s baert, is moeder voor een deel,
Maer wie haer kinders soogt, is moeder in 't geheel.
De regtvaardigheid eischt te vermelden, dat onder den
middel- en burgerstand hier te lande bijna alle moeders,
wier gezondheidstoestand zulks toelaat, hare kinderen zogen,
en dal het bijna zonder uitzondering de algemeene regel is,
dat iedere gezonde vrouw ten dezen haar' pligt vervult. INJaar
onder de aanzienlijke en onder de vrouwen uit de laagste
rangen der maatschappij, als ook hier en daar onder den
boerenstand, vindt men, helaas! menige moeder, die zich
zonder voldoende reden aan dien pligt onttrekt. Wel
laat zich voor de behoeftige vrouw, die door handen-
arbeid haren man de dagelijksche bete broods moet hel-
pen verdienen, zoo zij niet zoogt, meer ter verontschul-
diging aanvoeren, dan voor de aanzienlijke Dame, die
uit zucht lol gemak of vermaak haar' pligt verzuimt;
maar bij de hoogere standen is het gevolg niet even nood-
lottig. De gegoede vrouw is bij magte eene min in hare
plaats te stellen, en al mist hel kind, aan gehuurde borst
opgekweekt, toch altijd de niet le vergoeden zorg van de
eigene moeder, 't heeft ten minste groote kans om in 't
leven te blijven; maar wanneer eene behoeftige moeder
niet zoogt, neemt zij hare toevlugt tot den pappot, en
dan wordt het beklagenswaardig \\ic\ii meestal een offer