Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 46 -
w ezen, wordt zijn ligcliaampje spoedig al wat steviger, zoo-
dat de moeijelijklieid, om hem te hanteren, afneemt. Dat
het ongebakerde kind gevaar zou loopen scheef te groeijen,
is een dwaas beweren. Groeijen de jonge honden en kal-
len scheef, als ze niet gebakerd worden, en zou de jonge
mensch alleen, om regt van lijf en leden te blijven, de
beknelling van een bakerpak noodig hebben ? Het tegen-
deel is waar: de inbakering bevordert juist het ontstaan
van wanstaltigheden. Bij de volken, die hunne kinderen
niet bakeren, treft men bijna geene mismaakte menschen
aan. Moeders! verplaatst u zelve eens in den toestand uwer
jonge kinderen. Wat zoudt gij gevoelen, hoe zoudt gij
te moede zijn, als men u zelve zoo behandelde als gij
uwer baker toelaat uw kind te doen ? Üw kind gevoelt, van
vóór zijne geboorte aan, lust, ja behoefte, om zich te be-
wegen; zonder beweging te hebben, kan het niet voor-
spoedig groeijen. Gij ziet en beklaagt u, dat uwe kleinen
in de eerste maanden zoo onrustig zijn en zooveel schrei-
jen, en gij bemerkt niet, dat stijf bakeren daarvan de
voornaamste oorzaak is! Ziet dan toch, hoe uw kindje op-
luikt cn terstond een geheel ander wezen wordt, als gij des
morgens het bakerpak losmaakt. Ziet mij die vreugd, ziet
dat spartelen eens aan! Kan het vooroordeel u derwijze
verblinden, dat gij niet begrijpt, dat dit juist de proef op
de som is. Maar, zegt gij welligt, er zijn toch oogenblik-
ken, dat zij opgebakerd rustig zijn, hoe zou dit mogelijk
wezen, als het bakerpak hen hinderde? Ik antwoord, dal,
al raakt uw kind aan de foltering in zoover gewoon, dat
het niet meer schreit, de nadeelige invloed van de inbake-
ring blijft desniettemin met onverminderde kracht voort-
Averken. Eindelijk heeft het bakeren nog dit hoogst gewig-
lig bezwaar, dat men het netjes opgebakerde kind niet zoo
dikwijls droog legt, als dringend noodzakelijk is, daar men
er niets van bemerkt, of het zich verontreinigd heeft, en
de moeite ontziet, om de luijers los te maken. Zoo ligt
dan het arme wicht uren achtereen in ... 't is te walgelijk
om te zeggen. Onbegrijpelijk is het, dat Hollandsche vrou-
wen zulk eene verregaande en allerongezondste onzinde-
lijkheid dulden willen!