Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 35 -
Om deze drie redenen — eene enkele ware meer dan
voldoende — is liet bakerpak te verwerpen. Alle Geneeskundi-
gen zeggen dan ook eenstemmig, dat het bakeren eene aller-
verderfelijkste gewoonte is en eene ware foltering voor het
arme kind. Het kan, het mag hier de vraag niet wezen,
wat verschaft gemak aan de baker en de moeder; de eenige
vraag moet deze zijn: wat beantwoordt aan de behoeften
van het kind zelf? Hoort, hoe een hedendaagsch Genees-
heer in voor elk verstaanbare taal de nadeelen van het ba-
keren beschrijft: "Het pasgeboren kind, welks ligchaam,
"gedurende zijn verblijf in den moederlijken schoot, om-
"geven was door het zachte vruchtwater, dat op ieder deel
"gelijkmatig drukte, wordt na de geboorte door de druk-
"king van de kleederen onrustig en geeft pijn te kennen,
"vooral wanneer vroedvrouwen, bakers of moeders er eene
"eer in stellen het kind vast en netjes op te kleeden. Het
"allernadeeligst is het stevig toehalen van <le navel- en
"buikomwindsels, alsmede van alle banden, die het lig-
"chaam kringswijze omgeven. Hieruit ontstaat storing
"van den regelmatigen omloop van het bloed, dien ten ge-
"volge een vermeerderde toevloed van het bloed naar de
"meer edele deelen, vooral naar de hersenen; krampen
"en stuipen zijn daarvan het gevolg of wel drukking van
"de maag, en deze is oorzaak, dat de kinderen de be-
"hoorlijke hoeveelheid voedsel niet tot zich kunnen nemen,
"of dat het genotene telkens door braking wordt uitge-
"worpen, zoodat zij ten laatste, door de zoo vaak voor-
"komende winderigheid gekweld, onrustig, benaauwd en
"zeer pijidijk woi'den."
Wat men aanvoert om het bakeren te verdedigen, kan
den toets van het gezond verstand niet doorstaan. Dat
men het ongebakerde kind niet zou kunnen behandelen,
wordt weerlegd door het feit, dat er volkeren beslaan, die
hunne kinderen niet bakeren. Zoo het wichtje, ongeba-
kerd blijvende, wegens de weekheid en teerheid van alle
ligchaamsdeelen, grooter omzigtigheid in de behandeling
vereischt: in de eerste levensweken slaapt het bijna aan-
houdend, waardoor dit bezwaar zeer verminderd wordt,
en als de zuigeling weêr wakker is, en meer in de handen wil
3*