Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 33 -
togt uit openstaande deuren of slecht sluitende vensters
liet wichtje trefi'en kunne; want wat later misschien geen
nadeel meer zou doen, kan in die eerste levensdagen doo-
delijke gevolgen hebben.
Om de huid van al wat haar bij de geboorte aankleeft
te reinigen, brenge men den pasgeborene terstond in een
warm bad (van omstreeks 90 graden op de thermometer-
schaal van Fahrenheit) en wassche het daarin behoedzaam.
Nuttig is het bij deze eerste wassching een weinig olie of
vet le gebruiken, maar, gelijk men op sommige plaatsen
doet, brandewijn bij het waschwater te voegen, is nadeelig.
Dat dit eerste bad eene aangename warmte moet hebben,
begrijpt ge ligt. Wij willen immers ons best doen, dat het
kindje, ten gevolge van zijne verplaatsing uit den koeste-
renden moederschoot in het leven, zoo weinig mogelijk
te lijden hebbe. Maar men moet ook niet in het tegen-
overgestelde uiterste vervallen door het badwater heeter
te nemen dan den graad van bloedwarmte. Niet alleen
bij dit eerste bad, maar ook bij het dagelijks wasschen
en bij de geheele verpleging van jonggeborenen, moet
men altijd in 't oog houden, dal, zoo warm houden in
de eerste levensweken noodig is, broeijen en verhitten
altijd schaadt. In ons land wordt hel warm houden van
pasgeborene kinderen zeer dikwijls overdreven: men wascht
ze mei water, dat veel te heet is, bij eene vuurmand,
die een' ondragelijken gloed van zich geeft. De schrandere
salzma5n, een Duitsch opvoeder, zeide: "Er is geene soort
"van menschen in de wereld, dal meer nutteloos geplaag
"te verduren heeft, dan de pasgeborene kinderen," en
salzmann had volkomen gelijk.
Na hel eerste badje behoedzaam afgedroogd zijnde, wordt
de jonggeborene met verwarmde, zachte kleertjes bekleed.
Eerst wordt het overschot van de navelstreng in een
stukje zacht linnen gewikkeld en op den buik neerge-
legd. Vervolgens omgeeft men hel lijf met een' band van
gebreide en dus rekbare slof. Deze band moet nagenoeg
anderhalve hand breed zijn, en, zich voegende naar de
welving van den buik, dien ééns of tweemaal omgeven
en op de zijde met strikken — niet met spelden — wor-
3