Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 32 -
geLeurt het, dat. Lij het Liiinenlreden, de ongezondste uit-
wasemingen van droogend Hiinengoed, van vuurmanden,
van dwahiiende stoven, en van vrij ergere dingen nog, u om
't hart slaan en Lijna kwalijk maken. Men zou het afgrijs-
seltjk vinden, water te drinken, dat zulke walgelijke uit-
wasemingen had ingezogen, en men drinkt onophoudelijk
lucht in, die dezelfde onzuiverheden Levat! Het kind,
dat zulke verpestende dampen dag en nacht in zich op-
neemt, moet er de nadeelige gevolgen van ondervinden.
Laat daarom de geLruikte luijers en .afgelegde kleeding-
stukken terstond Luiten het vertrek Lrengen; laat de vuur-
mand niet langer in de kamer Llijven dan hoogst noodig
is; verbied aan de baker het gebruik van eene groote
gloeijende turfkool in hare stoof; laat des winters het lin-
nengoed niet aan of op de kagchel droogen; vind er
geen bezwaar in (mits het kind en gij zelve voor togt be-
veiligd zijn), dat de deur van uw vertrek een oogenblikjo
opensta, ja, wat meer is, zoo, in weerwil van uwe op-
lettendheid op bovengenoemde punten, de lucht in het
kraamvertrek toch onzuiver werd, zou ik u aanraden, om,
terwijl de jonggeborene in zijn koesterend bedje tegen het
vatten van koude beveiligd is, en terwijl gij, de kraam-
vrouw, achter uwe geslotene bedgordijnen ligt, eén van de
vensters gedurende een paar minuten te laten openzetten;
want zuiverheid van lucht is voor mensch en kind eene
allereerste levensbehoefte; zuivere lucht geeft zuiver bloed,
en zuiver bloed geeft gezondheid en kracht.
Maar de lucht in het kraamvertrek behoort ook matig
w'arm te wezen. Warmte is behoefte bij de intrede in het
leven. Voor kinderen, die al loopen kunnen, is eene ma-
tige koude heilzaam en versterkend; de pasgeborene heeft
koesterende warmte noodig. Het kind, dat vóór de ge-
boorte aan den gelijkmatigen warmtegraad van het vrucht-
Avater gewoon was, kort na de geboorte aan koude lucht
blootgesteld te laten, is roekeloos en hoogst gevaarlijk.
Men onderhoude dus bij wintertijd eene gelijkmatige warmte
in het kraamvertrek (wie een' thermometer — warmteme-
ter — bezit, houde den warmtegraad tusschen 64 en 70
graden op de schaal van Fahrenheif)^ en zorge, dat geen