Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 31 -
cliaampje van het pasgeLoren kind nog zeer onvolkomen
ontwikkeld en hoogst teeder van zamenstel is, dan Llijkt
daaruit terstond: dat men zijn Lest moet doen, om dezen
uit den aard onstuimigen overgang zoo geleidelijk, zoo zacht
mogelijk te maken, en dat men in den eersten tijd, Lij de
verzorging van het wichtje, met groote Lehoedzaamheid
Lehoort te werk te gaan.
Wanneer een volwassen mensch zich met der woon Legeeft
naar eene ver verwijderde luchtstreek, lijdt zijne gezondheid
Lijna altijd in 't eerst door die verplaatsing; maar van
lieverlede voegt en schikt zijn ligchaamsgestel zich naar de
nieuwe luchtstreek, en na verloop van eenigen tijd kan
hij ook daar gezond leven; men noemt dit acclimatiseren.
Welnu! het pasgeLoren kind moet in het leven geaccli-
matiseerd worden, waarLij des te meerdere voorzorgen
noodig zijn, daar de jonggeLorene zoo uiterst teer en zoo
hoogst gevoelig is.
De ademhaling, zei ik zoo even, neemt Lij de geLoorte
een' aanvang. Bij iederen ademtogt wordt er lucht in de
longen opgenomen. Deze ingeademde lucht dringt voor
een gedeelte door in het Lloed, verLindt zich daarmee en
maakt het geschikt om het leven te onderhouden. Uit dit
weinige kan men reeds afleiden, dat het er zeer op aan-
komt, welke de hoedanigheid zij van de ingeademde lucht.
Is zij zuiver, zoo kan het kind gezond Lloed vormen; is zij
daarentegen door allerlei uitwasemingen verontreinigd, dan
wordt de ademhaling Lelemnierd en worden met de adem-
haling alle andere levensverrigtingen in meerdere of min-
dere mate gestoord. Daarom is het een grooter voorregt,
dan men oppervlakkig meenen zou, het leven te ontvan-
gen en zijne eerste dagen door te brengen in een ruim en
luchtig vertrek, 't Is waar, niet iedere burgervrouw heeft
over een zoodanig vertrek te beschikken; maar iedere bur-
gervrouw behoort toch te weten, wat doelmatig is, ten
einde zich daarnaar, zooveel de omstandigheden toelaten,
in te rigten. Wel staat het in de magt van iedere vrouw
al datgene uit het vertrek verwijderd te houden, wat de
lucht verontreinigen kan. In dit opzigt is het in de kraam-
kamers hier te lande veelal erbarmelijk gesteld! Dikwijls