Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
hlijken uit de levensgeschiedenis van vele uitstekende men-
schen van vroegeren en lateren tijd. Door dien aan te
nemen en er hare levenswijze geheel naar in te rigten,
zal de zwangere tevens zich voorbereiden en bekwaam
maken tot het moeijelijkste en allergewigtigste werk van
het leven der vrouwen , namelijk de opvoeding van kin-
deren, en zoo zal, in allen gevalle, uit het geloof aan
zulk een' invloed een onschatbaar voordeel voor de kin-
deren ontspruiten. Ik besluit dit eerste opstel met de
hoogernst ige woorden van den Geneesheer hufel and : "I k
"bezweer u, moeders I die in blijde verwachting zijt, naar
"vermogen alle verkeerde en zondige neigingen en harts-
"togten, die bij u heerschen mogten, te verbannen, alle
"hartstogtelijkheid en hevigheid te onderdrukken, en uw
"gemoed rein, opgeruimd, gerigt op het Iloogere en Eeu-
"wige te houden, en u zal de onuitsprekelijke voldoe-
"ning ten deel vallen, aan uwe kinderen, zoo doende, den
"aanleg te hebben geschonken, niet alleen tot een geluk-
"kig leven hier op aarde, maar zelfs voor den Hemel!"
Hüfeland's woorden hadden op klara een' diepen in-
druk gemaakt. Zij was nog in eene ernstige stemming,
toen WILLEM te huis kwam, en vroeg, wat haar deerde?
Zij reikte hem het blad toe, en liet hem de woorden le-
zen, die haar gemoed ontroerd hadden. — "Kom, kom,"
zei willem, "zulke zedelessen hebt gij, mijn beste! waar-
"lijk niet noodig. iMijn werk voor van daag is afgedaan;
"geef mij uw' arm en laat ons eene wandeling doen. On-
"derweg zullen wij overleggen, hoe allerliefst ons kind —
"hoort ge wel, klara! — ons kind er uit zal zien!"
J