Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 26 -
sland vei'keeren, liaar best beliooren te doen om zich niet
aan zwaarmoedigheid of neêrslagtiglieid over te geven,
maar zooveel mogelijk in eene opgeruimde stemming te
blijven. En waarom zouden zij niet inderdaad blijmoedig
en tevreden zijn? De verwachting, waarin zij leven, wordt
niet ten onregte eene blijde verwachting genoemd! Immers
wat schooner vooruitzigt, dan een aanvallig kind te bezit-
ten, dat met eiken dag liever en bekoorlijker zal worden?
Mogt dat kind in den eersten tijd uwe huiszorg vergroo-
ten, eens zal het, zoo gij het goed opbrengt, uw steun
en uwe glorie wezen. Dat te bedenken, geeft troost, als
het gezin vermeerdert en welligt de verdienste niet.
Eéne vermaning moet ik u ten ernstigste op het hart
drukken. Tracht u te verheffen boven de vele vooroor-
deelen, die, helaas! nog heden ten dage, betrekkelijk de
zwangerschap, bij vele vrouwen heerschen: vooroordeelen,
waarvan sommige de gemoedsrust benemen, welke zoo noodig
is voor iedere zwangere, terwijl andere het leven van moeder
en kind in gevaar brengen. Denk, b. v., niet dat de vrouw,
die in blijde verwachting is, gehoor zou moeten geven
aan het verlangen naar vreemdsoortige spijzen, dat bij haar
mogt opwellen, en dat het kind er om lijden zou, zoo zij
niet mogt botvieren aan, ik weet niet welke, grillige
lusten.
Het tegendeel is waar: zelfbeheersching werkt altijd ten
goede. Ook de zwangere kan ziek worden, zoo zij aan
ongeregelden eetlust voldoet en de gezondheid der vrucht
regelt zich naar die der moeder.
Meen ook niet, dat de vrouw, in dezen toestand, zich
rijkelijker voeden moet dan op andere tijden, en dat zij,
die nu een tweede leven in zich omdraagt, ook eten moet
voor twee; in tegendeel zij zal veeleer eene geringe hoe-
veelheid spijs behoeven.
Laat u verder niet voorpraten, dat iedere zwangere, ter
wille van haar kind, eens of l\Aeemaal moet worden ader-
gelaten. Zijt gij gezond, waartoe zoudt ge dan aderlatin-
gen behoeven? Voelt ge u ongesteld, i-aadpleeg den Ge-
neesheer en volg zijn voorschrift.
Laat tl ook niet bang maken door het ongegronde ge-