Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
_____

tijds te doen onderriglen, op ^\at wijze de spruit in liaren
schoot liet Lest kan verzorgd en opgekweekt worden. Dit
alles noem ik een eerst en zeer gewigtig, een onmisbaar deel
van liet moederlijk opvoedingswerk^ en in dien zin is liet
waar, dat de opvoeding behoort aan te vangen eenige
maanden vóór de geboorte van het kind.
Zeg niet dat de moeder er niets toe doen kan, of zij
krachtige dan wel zwakkelijke kinderen ter wereld brengt.
Niet alles voorzeker hangt in dit opzigt van den wil der
moeder af, maar toch meer dan men gemeenlijk gelooft.
Ik beweer volstrekt niet, dat iedere vrouw, zoo zij er slechts
den wil toe bezit, fiksche, door en door gezonde kinde-
ren kan ter wereld brengen, maar ik beweer — en, naar
't mij voorkomt, met regt, — dat er veel minder ellen-
dige bloedjes zouden geboren worden, zoo alle vrou-
wen, gedurende de zwangerschap, er naar leefden om ste-
vige en bloeijende kinderen te krijgen. De ondervinding
van alle eeuwen heeft geleerd, dat een aantal omstandig-
heden — waarvan sommige geheel afhankelijk zijn van den
wil der zwangere — invloed oefenen op den meer of
minder voorspoedigen groei der menschelijke vrucht. Die
omstandigheden te leeren kennen, om er partij van te kun-
nen trekken, is het begin van en, als 't ware, de inwij-
ding tot het opvoeden.
Vooreerst: bedenk, dat eene enkele onvoorzigligheid oor-
zaak wezen kan, dat het teêre menschenkiempje, nog vóór het
ter wereld komt, in uw' schoot sterft, of ontijdig aan 't
licht komende, nog te zwak is om in 't leven te kunnen
blijven. Wanneer door eigene schuld het schoone vooruit-
zigt verijdeld wordt, moet de teleurstelling dubbel grie-
vend wezen. Een enkele schrik, eene enkele reis zich over
te geven aan onverstandige drift, eene enkele maal van de
ligchaamskrachten eene al te langdurige inspanning te ver-
gen; wat meer is, eene enkele onbedachte ligchaamsbewe-
ging door al te ver te reiken, of een' al te zwaren last op
te tillen, kan te weeg brengen, dat een kostbaar menschen-
leven in uw' schoot vernield wordt!
Maar meen toch vooral niet, dat ik, voorzigtigheid aan-
bevelende, angstvalligheid en kleingeestige vrees zou willen