Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 23 -
Reeds eenige maanden vóór de geboorte moet het moeder-
hjk opvoedingswerk zijn begin nemen.
Gij zet groote oogen op, terwijl gij dit leest en zegt:
een kind te willen opvoeden, dat nog niet geboren is,
Avat ongerijmdheid!
Eilieve, een oogenblik geduld, totdat u gebleken zal
zijn, hoe ik het eigenlijk meen.
Gesteld een tuinman Avil eens eene kostbare en uitste-
kend schoone bloem gaan opkweeken: zegt hij dan: voor-
dat het plantje boven den grond is, bekommer ik er mij
niet om? Wat er met het kiempje gebeurt, voordat het
zich aan mijn oog vertoont, is mij volkomen onverschillig;
of het in een' dorren steenachtigen, dan Avel in een' zach-
ten bodem ontspruite, daar behoef ik mijn hoofd niet meè
le breken? Neen, de tuinman draagt de grootste zorg,
dat het kiempje, ofschoon nog onzigtbaar, uit zachte aarde
gezond A'oedsel trekke; hij zorgt, dat niets dien eersten,
A'oor zijn oog nog verborgen', groei store; bij voorbaat
brengt hij alles bijeen, Avat de plant, ontloken zijnde, zal
behoeven, en doet zijn best, om, zoo hij het nog niet Ave-
ten mogt, intijds van deskundigen te vernemen, Avelke
de beste Avijze is om aan eene bloem als de zijne den
schoonsten Avasdom te verschaffen.
De tuinman, zoo hij verstandig is, acht die voorloopige
bemoeijing gansch niet gering: hij erkent a'eeleer, dat het
Avèl slagen van zijn Averk er grootendeels Aan afhangt. Ie-
dere vrouAA', die weet, dat zij moeder zal AAorden, moet
even zoo denken en handelen. Zorgt de tuinman voor het
kiempje, dat nog in de aarde verborgen is, de aanstaande
moeder behoort nog veel zorgvuldiger te zijn voor het pand,
dat aan haren schoot is toevertrouwd. Het plantje, dat zij
le liAAceken zal hebben, is duizendmaal kostelijker dan de
zeldzaamste bloem. Zij zal dus, zoodra zij gevoelt moeder
te zijn, trouwe zorg dragen, dat de ontAvikkeling, die nog
onzigtbaar in haren schoot plaats heeft, niet gestoord Avorde,
en alles, Aval in haar vermogen is, in 't Averk stellen, om
die ontAvikkeling te bevorderen; zij zal haar uiterste best
doen, opdat haar kind fiksch, gezond en krachtig ter Avereld
kome; zij zal 't ook eene dure verpligting achten, zich bij-