Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 21 -
dat begrip op alles toepassen; vandaar dat onophoudelijk
vraaen: hoe komt dit? hoe komt dat? Dan wordt het
voor de moeders tijd om door gepaste antwoorden, en
door aan de opmerkzaamheid harer kinderen eene nut-
tige rigting te geven, den ontwakenden leerlust aan te
wakkeren. Gedurende het vijfde en zesde jaar wordt het
geheugen sterker, ontwikkelt de verbeeldingskracht zich
meer en meer, krijgt het zedelijk gevoel meer klaar-
heid, enz. Gedurende het zevende jaar beginnen de eerste
of zoogenaamde melktanden uit te vallen om voor de
blijvende plaats te maken, en krijgt het ligchaam meer
stevigheid en vlugheid. Hiermede vangt het tweede tijd-
perk van de kindsheid, de eigenlijke leertijd, of, om
juister te spreken, de tijd voor gezet en degelijk onder-
wijs aan. Van de verdere ontwikkeling mag ik voor 't
«ogenblik zAvijgen, omdat de verdere opleiding meer de
laak is van de Onderwijzers of Leermeesters dan wel van
de moeders.
Willem. Op welken leeftijd rekent gij wel, dat 's men-
schen ontwikkeling haar hoogste punt bereikt?
Valkenhuize. Het geheele menschelijk leven is ont-
wikkeling: de menscli kan voortdurend leeren. Het hoo-
gere in den mensch — de wijsheid — rijpt niet dan op
het einde van een welbesteed leven.
Klara. Als het geheele leven ontwikkeling is, dan is
ook het geheele leven opvoeding?
N'alkenhuize. Gij hebt uit mijn hart gesproken, klara!
Ja, het geheele leven is ééne groote voortdurende opvoe-
ding Aan de wieg tot aan het graf. De ouders voeden
de kinderen op, maar de kinderen — zonder het te we-
ien — werken meè om de opvoeding van de ouders te
voltooijen. Dit klinkt u waarschijnlijk thans nog vreemd.
Maar eenmaal zult gij, hoop ik, inzien, hoe verbazend
veel gij, door uwe kinderen op te voeden, voor uwe eigene
verdere ontwikkeling gedaan hebt.