Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 20 -
dat sommigen uwer zich vervelen zouden. Het allervoor-
naamste wil ik u voorshands wel vertellen, 't Is u Lekend
hoe nietig en zwak de mensch is Lij zijne geLoorte; 't
pasgeLoren kind vermag niets voor zich zelf; het is geheel
en al afhankelijk van de menschen, die het omringen. Zijne
eerste levensweken vei'slaapt het Lijna geheel; gedurende
de korte tusschenpoozen, dat het wakker is, leert het zien
en hooren en krijgt het zijne eerste voorstellingen. Als na
verloo]) van eenige maanden de eerste tanden doorLreken,
wordt het sterk genoeg om ander voedsel dan de moeder-
melk te verleren en wordt het daardoor aanvankelijk eenig-
zins minder afhankelijk van de moeder: het tanden krij-
gen is dus eene allereerste schrede op den weg tot zelf-
standigheid. Al spoedig leert hel kind nu ook door krui-
pen of loopen zich naar willekeur verplaatsen (tot dus-
ver was het als de plant geboeid aan de plaats, waar het
zich bevond); en dit is een tweede groot blijk van vooruit-
gang; en ziet, nu komt eene derde nog gewigtiger vor-
ilering: van lieverlede begint het kind zich de spraak
eigen te maken; terwijl het leert verslaan en sprekeji,
ki'ijgt het verstand en verheft hel zich tot den rang van
mensch. Gedurende den loop van het tweede jaar zien
wij de zucht tot nabootsen en het medegevoel (dal is de
vatbaarheid om te deelen in de gemoedsaandoeningen van
de omringende personen) ontwaken. Die dubbele gaaf
der jonge kinderen behoort aan elke moeder bekend te
zijn, want èn van die zucht om oo/c te doen wat vol-
wassen menschen doen èn van dat medegevoel kan men
zich bedienen om de kleinen ten goede te leiden, voor-
dal zij nog, gelijk men zich uitdrukt, voor rede vatbaar
zijn. Op 'l eind van hel derde jaar is hel spraakver-
mogen reeds meer ontwikkeld en geoefend, en heeft hel
kind reeds zelfbewustheid, 't geen daaraan blijkt, dat het
over zich zelf sprekende, hel woordje ik begint te gebrui-
ken ; ook heeft hel dan reeds besef van goed en kwaad.
Gedurende hel vierde jaar ontwaakt, in den i'cgel, de
weetgierigheid bij de kinderen, zoodat men ze telkens
hoort vragen: wal is dit P wat is dcft? Al spoedig krijgen
zij dan ook begrip van oorzaak en gevolg en willen zij