Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- 16 —
"den, en brengt alles aan, -wat zijn' groei zou kunnen be-
"vorderen. Gelijk de tuinman iederen dag met een op-
"merkzaam oog nagaat, welke nieuwe loten zijn boompje
"uitdrijft, zoo bespiedt ook de moeder met belangstelling,
"welke gemoedsneigingen, welke geestvermogens zicli bij
"haar kind beginnen te openbaren. Weet de tuinman aan
"de vruchtbelovende loten zon en ruimte te verschafl'en,
"ook de moeder w'eet de goede neigingen aan te kweeken,
"terw'ijl zij aan kwade, als die zich mogten voordoen, als
"aan zoo vele schadelijke takken het verder uitgroeijen be-
"let. Door hare aanhoudende opmerkzaamheid op alles,
"wat in haar kind ontkiemt, bespeurt de moeder, dat de
"aanwinst in krachten en vermogens, waarvan zij getuige is,
"niet zoo maar zonder orde plaats heeft, neen, maar in tegen-
"deel een' algemeenen gang volgt, even als zich bij de plant
"blaadjes, bloesems en vruchten niet gelijktijdig, maar
"achtereenvolgens vooi'doen. Ook leert de moeder inzien,
"dat zij niet degeen is, die de vermogens schenkt, even-
"min als de tuinman degeen is, die de groeikracht geeft.
"Zij leert beseffen, dat de magt van de opvoeding zich be-
"paalt tot het bevorderen en zorgvuldig aankweeken van
"al het goede, dat in 't kind ontkiemt, en tot het te keer
"gaan en uitroeijen van het kwade, dat zich mögt open-
"baren."
Willem. Ik heb weieens Iiooren beweren, dat men
van de kinderen maken kan wat men maar wil, mits men
den regten slag van opvoeden hebbe. Gij schijnt niet van
dat gevoelen te zijn.
Valkenhuize. Die zoo spreken, oordeelen over hetgeen
zij niet verstaan. Maar meen daarom niet, dat ik den
invloed van de opvoeding voor gering houde; neen, in
tegendeel, ^/vermogend is de opvoeding wel niet, maar
o/ivermogend nog veel minder.
Klara. Als men, gelijk gij zegt, bij 't opvoeden de
ontwikkeling te leiden heeft, zoo dient men toch vooraf
eenigermate met den gang van de ontwikkeling bekend
te zijn.
Yalkeshlize. Hierin hebt gij volkomen gelijk, en gaarne
zou ik u dien gang uitvoerig beschrijven, vreesde ik niet.