Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 18 -
"de oiiUvikUblfng Lij liem een' veel lioogeren trap Lereikl.
"Bij zijne geL^orte is de menscli een jammerlijk magte-
"loos scliepsel, maar in dat nietige wiclit is de kiem voor-
"lianden van wasdom naar geest en ligcliaam. Langza-
"merliand toenemende in krachten, Legint het vermogens
"aan den dag te leggen, waarvan het vroeger zelfs geen
"spoor scheen te Lezitten, en al voortlevende, wordt het
"trapswijze zelfstandig, dat is te zeggen: geschikt om zich
"zelf te besturen en om door zich zelf in zijne behoeften te
"voorzien. Dat groeijen, dat toenemen, dat achtereenvol-
"gens aan den dag komen van vermogens, die nog niet
"bestonden, dat streven om zijn wezen in alle rigtingen te
"ontvouwen en in toenemende volkomenheid aan den dag
"te leggen. — Ziet! dat is het, wat wij ontwikkeling
"noemen.
"Let nu nog eens op het vruchtboompje daar vóór ons.
"Wat heeft de tuinman er voor gedaan? Hij begon
"met te zorgen'voor den grond, waarin het groeijen zou,
"en waaruit het zijn voedsel moest trekken; hij zoi-gde ook,
"dat het licht en warmte kreeg; toen het nog klein was,
"beveiligde hij het tegen koude en scherpen wind; hij weerde
"alles af, wat het boompje zou kunnen beschadigen; aan
"de takken, die vrucht beloofden, gaf hij ruimte; de tak-
"ken, die hinderlijk konden worden, nam hij weg; voor
"'t overige oefende hij geduld: want hij wist, dat zijn
"boompje tijd noodig zou hebben om groot te worden eji
"dat de vruchten tijd zouden behoeven om tot rijpheid te
"komen. De zorg van den tuinman bepaalde zich hoofd-
"zakelijk tot het zooveel mogelijk aanbrengen van alles,
"wat het boompje behoefde om groot te worden, tot het
"afweren van alles, wat den wasdom zou kunnen bena-
"deelen, overtuigd, gelijk hij is, dat niet hij degeen is, die
"de groeikracht geeft, maar dat de groeikracht geschonken
"wordt door God.
"Wat de tuinman te doen heeft voor zijn boompje, maakt
"een groot deel uit van 't geen de moeder te doen heeft
"voor haar kind. In de eerste plaats draagt zij zorg voor
"behoorlijke voeding; ten tweede voor warmte, lucht en
"licht; zij weert alles af, wat haar kind zou kunnen scha-