Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 12 -
.veren strepen in 't zonliclit glinsterden, cn in 't verschiet
drie voorname Zuid-Hollandsche steden met torenspitsen,
die als naaldeii boven den helderen gezigteinder uitstaken.
Wolkschaduwen — de zon stond nog hoog, — met snel-
heid over de velden zwevende, gaven aan het landschap!
ieder oogenblik een veranderd aanzien. Klara vond bij
hare komst, behalve de gastvrouw, reeds drie harer beken-
den bijeen, onder welke ook de jonge vrouw van den School-
onderwijzer met haren zuigeling, haar eerste kind. Ook de
Heer valkemiuize was tegenwoordig en onderhield zich met
den Aannemer. Nadat de vrouwtjes elkaar begroet en den
zuigeling gekust hadden, kwamen eei'st de drokten van de
huishouding op het tapijt, waarbij over de gebreken van
de dienstmaagden een woordje gezegd werd; maar alras
kwam het gesprek op hel onderwerp, waarover de vrou-
Aven het allerliefst spreken — op de kinderen. Valken-
}iuizE, wiens oor het woord opvoeding had opgevangen,
en die er altijd op uit was aan 't gezellig onderhoud eene
leerzame strekking te geven, zeide: "Vriendinnen! 't is
"loffelijk, dat gij met elkander van gedachten wisselt over
"de beste wijs om uwe kinderen op te voeden; maar ver-
"gunt mij te vragen, hebt gij bij u zelve weieens rijpe-
"lijk nagedacht, wat eigenlijk opvoeden is?"
Deze onverwachte vraag scheen de vrouwen wel wat on-
gelegen te komen. Met den besten wil om hare kinderen
goed oj) te voeden, waren zij gewoon meer de inspraak van
haar gevoel dan wel haar verstand te raadplegen, en had-
den misschien verzuimd zich zelve rekenschap af te vragen
van 't geen zij deden, terwijl zij opvoedden.
"'t Komt mij voor," sprak de vrouw van den Postmeester,
"dat de vraag, waarmeê gij ons overvalt, overbodig is.
"Allen, zoo als wij hier bijeen zijn, behalve klara — en
"die schijnt haar beurt ook wel te zidlen krijgen, — heb-
"ben wij kinderen om op te voeden, en wanneer men op-
"voedt, zal men toch wel weten wat ojivoeden is. Niet
"waar, vriendinnen ?"
Valke.nhuize lachte en hernam: "Bravo! gij hebt er fraai
"den slag van om een antwoord te ontwijken, als gij het liefst
"niet geven wilt; maar ik laat u zóó niet los. Was mijne vraag: