Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 186 --
vlug van begrip, maar ongestadig in al baar doen; hare
breikous is slordig en vuil. Ofschoon zij veel van hare
moeder houdt, is zij toch dikwijls ongehoorzaam, meestal
uit vergetelheid. Men kan haar niet vertrouwen bij deu
suikerpot en veel minder nog in de provisiekast, 't Doet
mij leed het te moeten bekennen: eens en andermaal is
zij betrapt geworden op leugens, om de straf voor snoe-
pen te ontgaan.
Op haar volgt trits, vier en een half jaar oud, voor
zijne jaren een buitengewoon forsch kind, een kleine
wildeman, ongezeggelijk, eigenzinnig, altijd alles voor
zich alléén begeerende, bij 't verdriet van zijne broeders
en zusters volslagen gevoelloos.
De driejarige elze, met hare rijke blonde lokken, munt
uit in schoonheid, maar is teederder en zwakker van lig-
chaamsbouw dan de overigen. Schreit de stugge trits
bijna nooit, zij doet het des te veelvuldiger, en soms zoo,
' dat er geen eind aan schijnt te komen. Daarbij is zij
uiterst vreesachtig en niet vrij van jaloerschheid. Zoo
kijkt zij nu weêr met nijdige blikken op haar jongste
broertje willem, of die ook dikker boterham heeft dan zij.
Wat deze kleine elze betreft, zoo vertrouwde klara haar
wel te regt te kunnen brengen. Liefderijk voor dit kind,
even als voor de andere, wachtte zij zich echter wel, ooit
eene grootere inschikkelijkheid voor haar te betoonen dan
voor de overige, en nooit aan willekeurige of overdrevene
begeerten gehoor te geven. Als elze iets met schreijen
vroeg, kreeg zij het nooit. Aan tafel kreeg zij wat haar
dienstig was en daarmeê afgedaan; nooit bood klara haar,
in plaats van 't geen de kleine versmaadde, iets anders
aan; nooit was het, kindlief! wilt ge van dit of liever
van dat hebben? Begon elze over eene of andere klei-
nigheid te schreijen, dan kreeg zij eene enkele waarschuwing
om stil te zijn, en hielp die waarschuwing niet, dan werd
zij in een aangrenzend kamertje gebragt, waarin zij niets
fot tijdkorting had, en waaruit ze, lot bedaren gekomen,
mogt terugkeeren ('). Hare vreesachtigheid le overwinnen,
(') Als KLAUA zich lüter enkele malen genoodzaakt zag, liaie oudere