Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 180 —
XXVII.
EEN BRIEF VAN KLARA.
Toen albert ruim zes jaren oud was en het gezin nog-
maals stond vermeerderd te worden, vertrouwden zijne
ouders hem voor eenigen tijd aan eene vriendin, die in
een nahurig stadje woonde. Nadat onze klara herstekl
en het jongsken tot haar teruggekeerd was, schreef zij den
volgenden hrief:
"Dank, waarde marie ! voor uwe goede wenschen hij de
geboorte van ons vierde kind. Gij kunt nagaan, hoe ik
in mijn' schik ben, nu alles weèr zoo gelukkig is afge-
loopen. Veel dank ook voor de zorg, die gij voor mijn'
jongen gedragen hebt. Uwe aangename letteren heeft hij
trouw overgebragt. Dat gij mijn' albert lief vindt, deed
mij regt goed. Gij schrijft, dat de eenvoudige hartelijk-
heid, waarmee hij 's morgens en 's avonds, onder uw op-
zigt, zijn gebed deed, u verrast heeft, en wilt nu weten,
op wat wijs ik te werk ben gegaan, om — terwijl hij
toch nog zoo jong is — godsdienstig gevoel bij hem op
te wekken. Gij verlangt op dit punt een omstandig ant-
woord, voornemens zijnde, hierin met uwe kinderen te
handelen, zoo als ik met het mijne gedaan heb.
Lieve vriendin! ik wilde u zoo gaarne genoegen ge-
ven , maar w at gij vraagt, valt mij waarlijk niet ge-
makkelijk; vooreerst, omdat ik zoo zelden brieven schrijf,
en dan ook, omdat ik mij zelve bijna geen rekenschap
weet le geven, hoe dit eigenlijk gegaan is. In alle
andere opzigten heb ik voor de opvoeding van mijne
kinderen däär raad gevraagd, waar ik meende verstan-
digen raad te kunnen vinden; maar in deze aangelegen-
heid — de allergewigtigste voorzeker —■ heb ik, zon-
der schroom, alleen dc inspraak van mijn hart gevolgd.