Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 179 --
van den rug; zij geeft aan den linkerarm gelijke kracht
als aan den regter-, en voorkomt, zoo doende, het scheef-
groeijen. Als het kind zich genoegzaam geoefend heeft in
het hangen aan den stok, kan het leeren zich aan het
touw op te heffen, zoodat het op den stok komt te zitten
of te staan; oefeningen, waarin de kinderen, omdat zij
uit den aard gaarne klimmen, veel smaak vinden, maar
die niet anders dan onder opzigt van vader of moeder
mogen ondernomen worden.
Wanneer gij bedenkt, dat alle ligchaamsdeelen door be-
weging en inspanning in ontwikkeling en kracht winnen ,
maar daarentegen door bewegingloosheid en onbruik zwak
en achterlijk blijven, zult gij gemakkelijk begrijpen, dat
het onverstandig is om, gelijk zoo vele ouders doen, de-
kinderen te vermanen, toch in alles en altijd de regter-
hand te gebruiken. Zoo het kind zulke aansporingen
trouw gehoorzaamt, zal de regterschouder, arm en hand,
ja zelfs de geheele regtei-zijde van het ligchaam meer
ontwikkeld en grooter van omvang worden dan de lin-
ker-, en derhalve zal de gestalte altijd min of meer
scheef worden; maar wat erger is — zoo men uitslui-
tend den regterarm en hand gebruikt, blijft de linkerzij
van het ligchaam zonder oefening en daarom veel zwak-
ker dan zij behoorde te zijn. In plaats van het kind
altijd het zoogenoemde mooije handje te laten gebruiken —
(waarom toch zou de regterhand mooijer zijn dan de lin-
ker-?) zou men beter doen het, in dit opzigt, vrij te la-
ten. Doordien de gewoonte meebrengt, om bij vele ver-
rigtingen, b. v. eten, schrijven, enz., de regterhand te
gebruiken, krijgt de arm en hand aan deze zijde toch
altijd eenigen meerderen omvang en eenige meerdei-e kracht
dan de linkerhelft.