Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 178 --
bodig is te platten lande en voor de kindei-en van den
handwerksman. Wel is Waar, hebben de menschen op
het land meer beweging dan die in de steden, en schijnt
hunne spierkracht over 't algemeen gi-ooter te zijn; maar
in behendigheid en vlugheid Iaat hun ligchaam nog
meer te wenschen over dan dat van de stedelingen.
De meeste handwerken doen slechts enkele deelen van het
ligchaam sterk worden en dezé enkele veelal ten koste
van de overige. Voordat de knaap op een ambacht komt,
is 't nuttig, dat zijn geheel ligchaam door geregelde lig-
chaamsoefeningen gesterkt zij: dan zal hij zijn handwerk
vlugger leeren, met meer gemak en beter beoefenen, en
zal zijne gezondheid op den duur minder te lijden heb-
ben van een beroep, dat maar enkele ligchaamsdeelen
inspant.
Voordat de kinderen naar de school gezonden wor-
den, waar zij gymnastisch onderwijs ontvangen kunnen,
geve men hun te huis gelegenheid tot gemakkelijke lig-
chaamsoefeningen. Ih iedere woning, waar kinderen zijn,
moest men den zoogenoemden gymnastischen driehoek vin-
den. Deze is een ronde stok, van twee of drie voeten
lengte; aan de beide einden zijn touwen, die in één touw
te zamenkomen, hetwelk, door middel van eene katrol, met
de zoldering verbonden is, zoodat de stok dwars hangt,
en, naar verkiezing , hooger 'of lager kan gebragt wor-
den. Het kind moet met beide handjes den stok grij-
pen, en, terwijl het er aan blijft hangen, het ligchaam
schommelend voor- en achterwaai-ts slingeren. Voor vier-
en vijfjarige kinderen is dit hangen aan de armen in 't
eerst nog wel w at moeijelijk; maar spoedig gewennen zij
er zich aan, en doen het gaarne, vooral als zij met kin-
deren van gelijken leeftijd wedijveren kunnen. De moe-
der, die bij deze oefeningen het toezigt moet houden, zal
zich overtuigen, hoe snel de armen in kracht toenemen:
door overluid te tellen, kan zij gemakkelijk afmeten, hoe
lang het kind het aan den stok kan uithouden. Deze
oefening is allerheilzaamst; zij maakt de longen ruim en
daardoor de ademhaling gemakkelijk en krachtig; zij ver-
sterkt de spieren van de armen, alsmede van de borst en