Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— '176 —
beschouwt. Zij heeft een groot en algemeen nuuig doel :
zij wil de ontwikkeling van het ligchaam gelijken tred doen
houden met en dienstbaar maken aan de ontwikkeling van
de ziel. leder kind is een levend geheel: in iederen stand
van de maatschappij heeft de opvoeding voor de ontwik-
keling van het geheele kind te zorgen. Deze waarheid
is langen lijd, tol onberekenbaar nadeel van hel mensch-
dom, miskend geworden; men was namelijk gewoon het
ligchaam als een' ballast, als een verachtelijk aanhangsel
van de ziel te beschouwen; geen wonder alzoo, dat men
bij de opvoeding alleen voor hel geestelijk deel van den
kweekeling zorgde, en er zelfs niet eens op lette, of door
zulk eene eenzijdige vorming het ligchaam ook in zijn'
groei en gezondheid benadeeld werd; en dit gebeurde
inderdaad! Velen, die krachtvolle en gelukkige menschen
hadden kunnen worden , bleven levenslang zwak en zieke-
lijk, en daar de toestand van hel ligchaam een' on twijfel-
baren invloed oefent op de gesteldheid der ziel, kregen zulke
ligchamelijk verwaarloosde kinderen ook nooit den regten
moed en kracht om te ondernemen en le handelen. Het doel
der opvoeding kon langs dien weg onmogelijk bereikt worden.
Ziel en ligchaam zijn in dit leven zóó naauw verbonden, dat
hel aan de eene nooit wèl kan gaan, als 't het andere slecht
gaat. Als de ziel lijdt, lijdt per slot van rekening ook het
ligchaam, en is het ligchaam zwak, dan kan ook de ziel
op den duur niet sterk blijven. Daarom beschouwe men
ziel en ligchaam als een' heer of meester cn een' dienaar,
die te zamen eene moeijelijke reis — die door het le-
ven — le doen hebben, 't Belang van den meester vor-
dert, dal de dienaar sterk en altijd vaai-dig, om zoo te
spreken , van alle markten klaar zij. Wal heeft men aan
een' dienaar, die zwak en onhandig is, wiens krachten
telkens te kort schieten, zoodra er wat degelijks le doen
valt? De gymnastiek wil hel ligchaam — dien dienaar
der ziel — sterk, behendig, duurzaam gezond, in één
woord, tol inspanning van allerlei aard bestand maken.
De eerste en onmiddellijke weldaden van de gymnastiek
komen dus ten bate van het stoffelijk deel van den leer-
ling: zij versterkt de spieren en het beengestel, verschaft