Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 175 —
de spiereu nu en dan eens ducliiig iu te spannen, voor-
al niet, als er behoorlijk tijd van rust op volgt; maar
in den teederen leeftijd is alle inspanning, die tot af-
matting voortgezet wordt, gevaarlijk. Drie- en vierjarige
kleinen tot groote wandelingen te dwingen, is nadeelig;
ze, als zij over vermoeijenis beginnen te klagen, bij een'
arm voort te sleuren, ze te bekijven als ze niet meer
voort willen, is onmenschelijk. Bijaldien de ouders zich
in hun beroep door hunne kinderen laten helpen, is 't
hunne dure vei-pligting w èl op te passen, dat zij geene
le langdurige, of te zware inspanning van het zwakke
spiergestel eischcn. In de fabrijksteden ziet men, helaas!
te duidelijk, wat er van de kinderen wordt, als men hen
tot arbeid dwingt voordat hun ligchaam stevigheid ver-
kregen heeft: een krachteloos en ziekelijk geslacht, dat
vóór den tijd veroudert en wegsterft!
Sedert in de laatste jaren de overtuiging zich meer alge-
meen gevestigd heeft, dat ligchaamsbeweging eene wezenlijke
behoefte voor den eersten leeftijd is, veroordeelt men de
jonge kinderen niet meer, om ui-en achtereen onbewegelijk
op de schoolbanken te zitten, maar geeft hun telkens, als
zij eenigen tijd geleerd hebben, vrijheid lot ligchaamsbewe-
ging; wat meer is, op sommige welingerigte scholen onder-
wijst men de kinderen opzettelijk in ligchaamsoefeningen,
met andere woorden, meu voert bij het onderwijs ^»j/n/iftj^/eX:
in. 't Ware te wenschen, dat alle ouders het nut van dergelijk
onderrigt begrepen, en de Onderwijzers in de hand werk-
ten , als deze zoo ijverig hun best doen voor het wel-
begrepen belang van de hun toebetrouwde kweekelingen.
De gymnastiek bestaat niet, zoo als vele menschen ver-
keerdelijk meenen, in het aanleeren van gevaarlijke kunst-
stukjes: die mogen er volstrekt niet bij gebeuren, en wor-
den overgelaten aan koordedansers en luchtspringers. Bij
een goed ingerigt gymnastisch onderwijs worden alle ge-
vaarlijke oefeningen ten strengste verboden; zoodat, als de
toestellen doelmatig zijn en de Onderwijzer voor zijne taak
berekend is, er geen ongelukken te vreezen zijn. Men dwaalt
evenzeer als men de gymnastiek enkel als eene aangename
verpoozing, ter afwisseling van het ingespannen leeren,