Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 173 --
van geboomte, vooral als dit door de zonnestralen J^e-
schenen wordt (want dan wasemen de bladeren zuur-
stofluelit uit), vrij mogen spelen! Iedere ademtogt is dan
genot voor hen en allerheilzaamste opwekking.
Gij moet evenwel niet gaan gelooven, dat gij uwe kin-
deren zoo maar te allen tijde, en zonder eenige voorzor-
gen hoegenaamd, buiten's huis zenden moogt. 't Is niet
raadzaam, hen in dc open lucht le laten gaan, voordat
zij van de meerdere warmte, door den slaap en het le
bed liggen opgewekt, bekoeld zijn; 't is nuttig, dat zij
eenig voedsel gekregen hebben, eer zij 's ochtends in de
lucht komen; mogten zij door regen overvallen geweest
zijn, moet men hen altijd zoo spoedig mogelijk van drooge
kleeren voorzien, en vooral niet toelaten, dat zij natte
kousen of sclioenen aan de voelen houden. Ook moet ge
in ons vochtig klimaat nooit toestaan, dat zij na zons-
ondergang in de open lucht blijven spelen; vooral niet in
het voor- of najaar, want dan komt de gevaarlijke ontste-
king van de luchtpijp, welke men croup noemt, het meest
voor. Op vele plaatsen in ons Land — en waarschijnlijk ook
in andere Landen — is de open lucht niet meer te ver-
trouwen, zoodra het daglicht er uit verdwijnt. Inzonder-
heid is de avondlucht ongezond in de nabijheid van stil-
staand water en van geboomte (gedurende den nacht ge-
ven de bladeren voor de gezondheid nadeelig koolzuur
aan den dampkring af) en op lage, moerassige gronden.
Menig een, die na een' warmen dag, als het ligchaam
door arbeid verhit is, des avonds in 't duister aan de
voordeur op bank of stoep blijft zitten , bekoopt dat ge-
noegen in de gevolgen zeer duur; want menige ziekte, en
met name menige tusschenpoozende koorts, ontstaat daar-
uit. Maar verstaat mij \vèl, moeders! terwijl ik u op 't
verraderlijke van dc avondlucht, voornamelijk in de lager
gelegene oorden van ons Vaderland, opmerkzaam maak,
l>eweer ik geenszins, dat het noodig is de kinderen altijd
na zonsondergang in huis te houden; zoo zij in bewe-
ging blijven, en naar gelang van het jaargetijde gekleed
zijn, zal de avondlucht, al is het weder ruw, hun geen
kwaad doen; ik wilde u alleen waarschuwen, om niet Ic