Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— IG8 —
"eersleu irap tol veislandsoiilwikkeliiig. Waarom oordecleii
"sommige mciischeii, liiin geheele leven lang, zoo ver-
"keerd over vele zaken? Omdat zij in luinne kindsheid
"niet geleerd hehhen de dingen te zien, zoo ci/s ze we-
"zeii/ij/i zijn; omdat hunne ziel, toen zij kinderen waren,
' niet dan verwarde, flaauwe, onvolledige voorstellingen
"heeft gehad, en zij zich later daarmeê tevi-eden gesteld
"liehhen. De meeste vooroordeelen cn verkeerde hegrip-
♦'pcn van de volwassenen dagteekenen van hunne kin-
I ''derlijkc jaren, toen zij de dingen te oppervlakkig en
"maar ten halve hebben waargenomen, lledeneringen heb-
"ben op twee- en driejarige kinderen nog geen' vat; maar
"do ontwakende ziel smacht naar zinnelijke indrukken:
; "zij heeft, om zoo te spreken, dorst naar vooi-stellingeu
I -'van de omringende dingen: te zorgen, dat die voorstel-
"lingen juist, helder en volledig zijn, dat noem ik regt-
^'streeks opleiden tot denken, dat noem ik voorbereiden
"tot het schoolonderwijs. Eerst, nadat zich een aantal
y ''voorwerpen, zoo als ze wezenlijk zijn, in de ziel heb-
J "ben afgespiegeld, kan het kind leeren vergelijken, oor-
h ^'deelen, en gevolgtrekkingen maken. Als de ziel niet
j "dan flaauwe, onjuiste beelden in zich opneemt, kan zij
"zich ook niet verheffen tot juist oordeelen, noch tot het
*'maken van juiste gevolgtrekkingen; aan hetgene gezien ,
"gehoord, betast kan worden, moeten de ontluikende ver-
"standskrachten, het geheugen, de verbeelding, de oor-
"deelskracht ziclx het eerst oefenen; de stoffelijke wereld,
^ "die het kind omringt, is de eenig geschilite oefenschool
i "voor het ontwakend verstand."
Zoo sprak valkeniiuize ; en ki.aha had, gelijk alle vrou-
\\en, die waarlijk moeders zijn, den weg, dien hij haar
aanwees, reeds eenigei-mate, als 't ware bij ingeving ge-
\olgd; maar sedert het ontvangen van zijne inlichtingen,
ileed zij met klare hewustheid, en dus beter, wat zij vroe-
ger meer instinctmatig deed.
Al in 't eerste jaar zorgde zij, dat het haren kinderen
nooit aan voorwerpen ontbrak, waarop de zintuigen zich
oefenen konden. Wanneer zij bemerkte, dat een of aiulcr
I voorwerp de aandacht van haren ziiigeling lot zich trok, droeg