Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
- MU -
geeil geen gclioor aan luin vriendelijk hidden om later
dan gewoonlijk te mogen opblijven. Na zeven ure moet
geen kind van onder de zeven jaren in uw buis meer
te zien zijn. Laat uwe kinderen slapen tot ze van zelf
wakker worden. Hun aard brengt meè, dat zij des
morgens vroeg bij de werken zijn; gij behoeft hen al-
zoo het vroeg opslaan niet le leeren, en hebt rnaar te
zorgen, dal zij die kostelijke gewoonte niel verliezen. Twee-
en zelfs de meeste driejarige kinderen zijn nog niet sterk
genoeg van zenuwen om den geheelen dag wakker te kun-
nen blijven. De moeder behoort ook op dit punt haar
kind te kennen cn zich naar zijne behoefte te gedragen.
Zij behoort het slapen overdag af te schaffen, zoodra de
kleine het missen kan, opdat hij dan zooveel le langer de
open lucht zou kunnen genieten. De slaap bij dag komt
vooral 's winters ongelegen, omdat het kind dan juist dat
gedeelte van den dag verslaapt, wat het best geschikt is
om buiten's huis te zijn; want slaapt de kleine tegen den
middag anderhalf uur, dan is er na het ontwaken nog
voor 't minst een half uur noodig, eer het door den slaap
verwarmde ligchaam aan de koude winterlucht mag bloot-
gesteld worden. Op deze wijze gaan de twee beste uren
van den dag verloren; een groot verlies op de vijf of zes
uren, die in hel koude jaargetij voor hel genot van de
open lucht geschikt zijn.
Aan ieder kind een afzonderlijk bedje te geven, is vol-
strekt noodzakelijk. Twee aan twee in hetzelfde bed sla-
pende, krijgen niel zooveel versehe lucht, als zij gedu-
rende den slaap noodig hebben; de uitwaseming van het
eene kind kan ligt voor het andere hinderlijk zijn, en
zou hoogst ongezond wezen, zoo een van beiden ziekelijk
ware. Met bejaarde personen de slaapsteè te deelen, is
voor de kleinen niet minder gevaarlijk. Dal oude zieke-
lijke menschen aan kinderen, die met hen in één bed sla-
pen, de verdorvenheid hunner sappen meèdeelen, is waar-
lijk geen verzinsel, en wordl nog dagelijks door de onder-
vinding bevestigd. Zeker Geneesheer had een ziekelijk kind
onder behandeling en zag alle aangewende middelen vruch-
teloos blijven, tot hij toevalligerwijze bemerkte, dat de