Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— iC2 —
niet Le goed voor den grootsten schat, dien God u gege-
ven heeft, namehjk voor uwe kinderen. In ouden tijd
vroeg eens iemand aan eene aanzienhjke Romeinsche vrouw,
waarom zij geen kostbare sieraden droeg? "Ziehier mijn
kleinood," antwoordde zij, en wees daarbij op hare twee
bloeijende kinderen. Zoo zoudt ook gij, wanneer iemand
u vroeg, waarom gij geen pronkkamer hebt, kunnen
zeggen : Mijne kinderen zijn mijn pronk en daarom bewoon
ik met hen mijne pronkkamer.
't Is niet slechts de woning in haar geheel, die de lig-
chamelijke ontwikkeling van de jonge bewoners óf be-
vordert öf tegenwerkt; ook wat in de woning is, ook het
huisraad is in dit opzigt niet zonder invloed. Ik spreek
niet eens van de meubelen, waaraan het kind zich zou
kunnen bezeeren, b. v.: uitstekende kasten of puntige
tafels, waartegen twee- en driejarige kleinen zich deerlijk
stooten kunnen; ook niet van kagchels, zonder hekjes
er om (waarvan zoo menig kind, toen men het een oogen-
blik alléén liet, door verbranding het slagtoffer is gewor-
den) , ook niet van lucifers, allergevaarlijkste dingen, als
zij onder 't bereik van kinderen vallen; maar ik denk
hier aan huisraad, dat meer op eene onbemerkte wijze
langzamerhand de gezondheid van het jonge volkje bena-
deelt, en ik heb hoofdzakelijk het oog op die ouderwet-
sche tafelstoelen, waarover ik al nu en dan een hartig
woordje gezegd heb, en wel het allermeest denk ik aan
de inrigting van de bedden, waarop gij uwe kleinen te
slapen legt.
Ja! 't zijn in mijn oog allerhatelijkste, allerongezondste
meubelen, die houten tafelstoelen, welke tegelijk dienen om
er de kinderen hunne natuurlijke behoeften in te laten
doen. Ik zwijg van den walgelijken stank, uit dergelijke
stoelen oprijzende, daar de kussens hoe langer hoe meer
doortrokken worden van alles, wat het kind van zich geeft;
maar ik maak u opmerkzaam, dat de kleinen, in derge-
lijke stoelen, veel langer op den pot zitten, dan hun dien-
stig is. Om een kind vroegtijdig zindelijk te krijgen, moet
men het dagelijks op dezelfde uren, maar niet te lang
achtereen, gelegenheid geven om aan de natuurlijke be-