Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
"mij genoeg, om te welen, dal ik u volgaarne met raad
"zal ondersteunen; maar als aanstaande moeder zult gij
"noodig hebben meer te weten, dan wat ik, de Arts
"van het ligchaam, u moet voorhouden: gij zult heb-
"ben te zorgen voor de verstandelijke, zedelijke en gods-
"dienstige ontwikkeling van uw kind in de eerste levens-
"jaren. De vervulling van zulk eene gewigtige en moeije-
"lijke taak vordert voorbereiding, en te regt begrijpt gij,
"dat de tegenwoordige tijd, nu gij in blijde verwachting
"zijl, juist de geschiktste is, om nog datgene aan te lee-
"len, wat eigenlijk iedere moeder, eer zij aan 't opvoeden
"gaat, behoort te weten. Door een bijzonder geluk voor
"u, leeft hier op 't dorp juist een man, die u heldere
"begrippen omtrent de eerste opleiding van kinderen kan
"bijbrengen. Gij kent den Heer valkenuuize, den ver-
"dienstelijken Ouderwijzer, of laat mij liever zeggen, den
"edelen Opvoeder. Gij weet, dat hij het opvoedingsge-
"sticht, vele jaren door hem bestuurd, aan zijn' zoon heeft
"overgedaan, en dat hem, bij 't genieten eener welver-
"diende rust, niets aangenamer is dan aan anderen de
"vruchten zijner ondervinding meè te deelen. Tot dien
"man zullen wij ons wenden: hij zal er zich een genoegen
"uit maken u nuttige wenken te geven, en hij zal u uit
"zijne boekerij eenige van de beste geschriften voor moe-
"ders ter hand stellen."
Terwijl de Doctor zoo sprak, trad de weduwe A^an deu
terp, eene oude bekende van willem's moeder, het ver-
trek binnen. "Ei, ei!" zei ze, "wat mag ik hooren ? Ge-
"luk, klara! geluk! Maar weet ge, wat ik in uw geval
"zou gedaan hebben? Ik zou de wijsheid van de Heeren
"ongemoeid gelaten hebben en mij liever geheel en al
"houden aan den raad van mijne moeder. Uwe moeder»
"kind! is wel in slaat geweest u op te voeden,'cn als uwe
"kinderen niet minder worden dan gij zelve zijl, zal hunue
"opvoeding, dunkt mij, goed genoeg wezen."
Klara antwoordde, dat zij hare moeder nog denzelfden
dag, toen zij er met willem over gesproken had, deel-
genoole had gemaakt van haar blij vooruitzigt; zij zou
gaarne den raad van hare moeder in alle dingen blijven