Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 15G —
eene eerste overtreding vergenoegde zij zieli niel liet ge-
geven verbod ernstig le lierlialen; want zij wist, dat een
kind, zonder opzet, louter uit vergetelheid, ongehoorzaam
wezen kan. Bij eene tweede, meer opzettelijke overtre-
ding, gaf zij gewoonlijk haar misnoegen met klem te ken-
nen , en verwittigde, dat zij straffen zou, zoo zij niel ter-
stond gehoorzaamd werd. Bleef het kind zich verzetten,
dan nam zij het bij de hand, en bragt hel in een' hoek
van de kamer, of zette het achter een' sloel, met bevel
om daar te blijven en stil te zijn. Volgde nu een uit-
barsting van hartstogtelijk gehuil, zoo hoorde klara dit
eenige oogenblikken stilzwijgend aan; maar nam het
schreijen toe, werd het tergend en beleedigend, dan nam
zij den kleinen weêrspannige op en bragl hem in een
vertrekje, dal aan hare kamer grensde, en waarin hij niets
vond om den tijd meè te korten, en liel hem daar in
eenzaamheid, totdal hij gedwee zou worden en berouw
toonen; eens duurde hel langer dan een' halven dag,
eer de hoofdigheid van aldeut gebroken was. Gedurende
dien tijd had hij geen ander voedsel ontvangen, dan eene
snede droog brood met eene teug water, en hoezeer ook
klaba inwendig medelijden met haar kind had, hield zij
vol toldal hel vergiffenis kwam vragen. Zoodra een harer
kinderen, na eene bestraffing, blijk gaf berouw te hebben,
was zij terstond vergevensgezind, en na de verzoening
kwam er nooit een verwijlend woord meer over hare lip-
pen. o! Wie ooggetuige mogt wezen, hoe klara zich na
het straffen met hel berouwhebbende kind onderhield,
moest haar eerbied toedragen en liefkrijgen. Als haar
kind, zoo blijde, dat moeder weèr goed en verzoend was,
in zoete vertrouwelijkheid aan hare knien zat, dan wist
hare liefde woorden te vinden, die lot den diepsten grond
van het warme kinderhart doordrongen en duurzaam ver-
edelend werkten. Zoo als wij klara thans kennen, be-
grijpen wij ligt, dat zij een' afkeer had van ligchamelijke
kastijding. Nooit daalde zij tot dal middel af, en had
zij de noodzakelijkheid ingezien om het aan le wenden, zij
zou haar' man gebeden hebben, dien smartelijken pligt in
liare plaats te volbrengen.