Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 155 --
hen doe beseften, dat men het goed met hen voorheeft,
en meer verstand bezit dan zij. In alle kinderen woont,
wel is waar, de neiging om liefst hun' eigen' zin te vol-
gen; maar zij voelen zoo dikwijls hun onvermogen om
zich zelve te helpen, en ontvangen zoo ieder oogenblik
bewijzen van goedheid, dat zij er niet moeijelijk toe ko-
men hun' eigen' wil te onderwerpen aan dien van hem of
haar, die in al hunne nooden tot helpen gereed is. Als
klara iets gebood of verbood, maakte zij haren klei-
nen meestal duidelijk, waarom zij zulks deed, en zoo
leerden deze al vroeg beseften, dat moeder nooit uit
willekeur hare bevelen gaf, maar altijd voor alles een'
goeden grond bad, en ook dit besef stemde hen tot ge-
hoorzamen. Daarbij kwam, dat klara — zachtmoedig
was zij wel, maar weekhartig niet in 't minst, — als zij
eenmaal geboden of verboden had, onwrikbaar op haar
stuk stond, en, als zij de noodzakelijkheid inzag om te
straffen, ook daarvoor nooit terugdeinsde. Strafte zij, zoo
deed zij 't enkel met het doel om haar kind te verbete-
ren , en juist die bewustheid gaf haar kracht om vol te
houden, totdat het schuldige kind tot inkeer kwam en be-
rouw toonde. Opmerkelijk was het, dat zij bijna altijd
met zeer ligte en geringe straffen eene voldoende werking
wist te doen. Hare kinderen door en door kennende, wist
zij de straf met oordeel te kiezen naar de bijzondere geaard-
heid van het kind, dat gestraft moest worden, en daarom
kon zij soms eene geschikte en voldoende straf maken van
iets, dat voor een ander kind geheel geen straf zou ge-
weest zijn. Dat de kinderen haar wezenlijk liefhadden,
en dus gaarne in goede verstandhouding met haar wa-
ren, dat zij niet dikwijls, en, zoo als de kinderen zelve
wel zagen, ongaarne strafte, dat zij bij 't straffen met
ongewonen ernst te werk ging, dit alles versterkte den
indruk. Toen de kleine albert ongeveer drie jaren oud
was, ontwikkelde zich in hem eene groote overhelling
tot stijfhoofdigheid, en niettemin gelukte het klara, zon-
der hem, ooit te slaan, een gezeggelijk kind van hem
te maken. Ziehier, hoe zij gewoon was te werk te gaan
om haren kleinen gehoorzaamheid in te prenten. Bij