Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 154 --
rend werkt op de ontwikkeling van den kinderlijken geest.
Behalve dat, ondervonden deze ouders duidelijk, dat een
verbod des te meer klem heeft, naar mate men kariger is
in 't vei'bieden, en dat altijd te vitten juist het middel
is om ongezeggelijke kinderen te hebben. Maar als klara
tot verbieden kwam, dan was zij zich zelve bewust het op
goeden grond te doen, en liet zij niet af, voordat het
kind zich gehoorzaam betoond had. Als hare kleinen
liare vastheid van wil eens en andermaal ondervonden
liadden, kenden zij die en gedroegen er zich naar. Ook
kwam de heerschappij, die zij over zich zelve bezat, haar
in dit opzigt uitnemend te stade. Wie zich zeiven kan be-
heerschen, blijft ligt baas over kinderen, wier verstand
uit den aard zooveel minder ontwikkeld is. Ofschoon de
kleinen van klara, zoo als 't gaat, enkele malen stout
en weerspannig waren, nooit verloor zij hare bedaardheid,
zoodat haar man weieens den twijfel opperde, of 't niet beter
ware, bij de ondeugende buijen der kinderen verstooi-d-
heid, ten minste verontwaardiging te toonen? Dan ant-
woordde zy : "'k Geloof zeker niet, dat ik het met drift
verder zou brengen, dan met bedaardheid. Zielsbedroefd
zou ik kunnen worden, als ik in de kinderen iets we-
zenlijk slechts opmerkte; maar ze zijn nog zoo jong,
ze begrijpen bijna nog niet, dat ze kwaad doen; laat mij
mijn best blijven doen ze met liefde te regt te brengen!"
Klara had inderdaad de diep gevoelde overtuiging, dat
men bij kinderen met zachtmoedigheid, mits daaraan vast-
heid van wil parende, veel verder komt, dan met hard-
heid of hevigheid. De ware gehoorzaamheid , dacht zij,
heeft haren grond in liefde en ontzag, maar nooit in vrees.
Hare kinderen hadden haar lief, hadden eerbied voor haar,
waren overtuigd, dat zij goed en verstandig was, en daar-
om gehoorzaamden zij haar, ofschoon zij haar bijna niet
vreesden. Als zij hoorde, dat sommige menschen zoo-
veel moeite hadden om hunne kinderen gehoorzaam te
krijgen, dacht zij bij zich zelve: hebben die lieden wel
de liefde en het vertrouwen van hun kroost weten te
winnen? Zij meende, dat het in den regel zoo moeijelijk
niet is de kinderen gehoorzaam te maken, mits men