Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 152 —
miju oudste heeft gisteren zijn moeder zoo driftig gemaakt,
dat ze weêr een heele golf bloed heeft opgegeven: van
daag ligt ze ziek te bed.. . . God weet, of ze ooit weêr
beter wordt!. . . mijn vrouw van de vloer, ik den heelen
dag hier, en de onverbiedelijke troep t'huis de baas!...
't is een rampzalige boèl!" —
"Maar hou je dan geen order onder je jongens, keis ?" —
"Ik lieb ze al zoo menigmaal half lam geranseld;
maar, 't schijnt wel, ze geven er niet om. . . ."
"Dan moet je bij mij reis zien, man!" zei I'ieter, een
andere knecht, "zoo lang ik t'huis ben, durft geen van
mijn kinderen kikken; ze zien mijn vrouw en mij naar
de oogen; ze weten wel, wat er zwaaijen zou, als ze on-
gehoorzaam wai-en. Laatst, bij 't eten, vergat ik een' van
mijn jongens zijn portie te geven; maar denk je, dat hij
't hart had om te vragen, geen woord, man! de vrees
voor vader en moeder, die moet er in zitten, dan gaat
het met de kinderen goed!"
Klara, door willem verwittigd, spoedde zich naar de
woning van kris. De knaap, die den vorigen dag zijne
moeder zoo getergd had, zat schrijlings op de openstaande
onderdeur en bonkte lot tijdkorting met zijne hielen legen
'l hout ; twee andere jongens waren voor de bedstee van
de zieke aan 't vechten geraakt, omdat de een bezig was
geweest zich boterhammen te snijden en de andere hem
hel mes met geweld wou ontwringen; 'l jongste kind lag
in de wieg te schreijen, en een zesjarig meisje hield zich,
of zij 'l bevel van hare moeder, om haar broertje te hel-
pen , niet verstond.... Nadat klara de zieke deelnemend
toegesproken en bijstand in de huishouding toegezegd had,
trad zij op de kinderen toe, en berispte ze met veront-
waardiging over hunne liefdelooze ongehoorzaamheid. Maar
zij gaven geen antwoord, en dropen af met nijdige gezigten.
Terwijl klara huiswaarts keerde, liepen de jongens van
i'ieter toevalligerwijze op den weg voor haar uit, en zij
kon opmerken, hoe deze kinderen, die niet durfden kik-
ken, zoo lang vader en moeder er bij waren, zich bui-
ten's huis door ondeugende streken schadeloos stelden voor
den dwang, waaronder zij t'huis leefden. Eerst wierpen