Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 149 —
zien mislukken. Knkele malen ja, neemt cle inborst van liet
kind eene kwade plooi aan, ofschoon het van goede voor-
beelden omringd is, maar dat zijn, Gode zij dank! uitzonde-
l ingen. In den regel is het hart der jonge kinderen zoo vat-
baar voor de vormende hand, en zijn zij zoo volgzaam, dat
zij zich ten goede neigen, als zij niet dan goed, ten kwade,
als zij gestadig kwaad rondom zich zien. Wanneer in de
ouderlijke woning eensgezindheid, arbeidzaamheid, orde,
/.uivere godsdienstzin heerschen, zoo wordt het kind met
nooit knellende banden als van zelf ten goede gedwongen;
de daden der ouders voeden met onweérstaanbare kracht
de kinderen op; er zijn geene woorden noodig. Maar al
weten de ouders nog zoo welsprekend de deugd aan te
prijzen, zoo zij zelve haar niet beoefenen, zal het kind zich
rigten naar hunne handelingen en niet naar hunne woor-
den. In de latere jaren der kindsheid, als het gevoel
van het verschil tusschen goed en kwaad duidelijker
spreekt, krijgen vermaningen meer kracht en invloed; maar
in de zeven eerste levensjaren koml bijna alles op het
voorbeeld aan. Onuitsprekelijk weldadig zou het werken,
zoo de ouders over 't algemeen meer hun best deden, oht
in hun gezin niet alleen zelve goed voor te gaan, maar
alles zooveel mogelijk uit den huisselijken kring verwijderd
le houden, wat voor de jeugdige gemoederen tot een slecht
voorbeeld zou kunnen strekken. Vele ouders doen, helaas!
juist het tegenovergestelde. \'oor het oog der menschen
bedwingt men zich een vveinig en doet men zich op het
beste voor; maar in zijne eigene woning, onder zijne eigene
kinderen, waar men zich als heer en meester beschouwt,
neemt men de moeite niet zijne booze luimen en kwade
opwellingen te betoomen. Ach, of het anders ware! Mogt
toch een ieder de onschuld zijner kinderen als iets heiligs
eerbiedigen, en altijd bedenken, dat zij van hetgeen zij
zien en hooren zich veel meer eigen maken, dan men
oppervlakkig meenen zou!
"Een tweede middel, waardoor gij op de zedelijke ont-
wikkeling uwer kinderen invloed kunt oefenen, is de magt
der gewoonte. Op wat A\ijze gij ook te vverk gaat, gij zidt
niet kunnen \crhinderen, dat uw kind zich zekere vaste