Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 146 —
dan rijp worden, als hun ligchaam wat stevigheid heeft
opgedaan.
Gij Legrijpt nu misschien duidelijker, waarom op deze
Bewaarschool zoo veel gespeeld wordt, en waarom zij veel
eer eene speelschool dan eene eigenlijke leerschool is en zijn
moet. Gij begrijpt nu ook, waarom het nuttig is, dat
jonge kinderen speelgoed en speelmakkertjes hebben, en
dat het niet onverschillig is, welke soort van speelgoed men
hun in handen geeft. Meent evenwel niet, dat gij aaïi
Imn speelgoed veel te koste behoeft te leggen. Hoe een-
voudiger het speelgoed, hoe beter het kind er zich mee
vermaakt. Met een' bal, een' stok, eene trompet of trom-
mel, met een' hoop zand en een paar houten emmei'tjes of
bakjes, om het zand over te pakken, zijn uwe lievelingen
de wereld te rijk. Grootelui's kinderen zijn door hunne
kostbare prullen geen zier gelukkiger dan uw kind met
eene pop, die maar weinige centen gekost heeft, of met het
allereenvoudigste karretje of sleedje. De verbeeldingskrachl
van het spelende kind wil ruimte hebben, maar heefi
die niet, als het speelgoed al te mooi en te kunstig af-
gewerkt is. Yóór 't eerste levensjaar geve men speelgoed,
dat dooi* levendigheid van kleur het oog verlustigt, en,
bewogen wordende, geluid geeft; want dan bestaat het
spelen nog bijna geheel in het opnemen van indrukken,
door middel van de zintuigen: een' rooden hansop met bel-
len, eene rinkelbel en dergelijke, ziedaar de gading van
den zuigeling. Maar omdat de kleine kinderen al wat
zij magtig kunnen worden in den mond steken, moet
men wel toezien, dat de verwen van het speelgoed niet
kunnen afgeven; want onder de verwstofFen, waarmee
liet kinders])ee]goed bestreken wordt, zijn sommige zeer
vergiftig : zoo vindt men onder de roode en groene ver-
wen de schronielijkste vergiften. Voorts mag het speelgoed
voor jonge kinderen niet al te klein van stuk wezen, en
wel om eene dubbele reden: vooreerst, omdat zij al wat
klein is in den mond en soms zelfs in neus of ooren
steken, ten andere, omdat een kind, uitsluitend bezig
gehouden met zeer fijn speelgoed, ligt bijziende wordt.
Ook metalen speelgoed kan schadelijk worden voor de