Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— U5 —
liet spelen doet veel meer dan enkel de zinnen oefenen.
Naar mate de andere lioogere geestvermogens van liet
kind in werking komen, vinden deze in het spel opwek-
king zonder overspanning. Naar gelang de ziel van het
spelende kind zich meer ontwikkelt, komt er van zelf ver-
scheidenheid in het spel; een doel hegint er zich aan te
paren, en 't is nu niet alleen de kracht van de zintui-
gen, maar het geheugen, de verbeelding, ja zelfs de oor-
deelskracht, die zich door het spelen oefenen. Als een
drie- of vierjarig kind speelt, slelt het zich een doel voor:
het wil iets tot stand brengen, en hoe gebrekkig het tot
stand gebragte ook wezen mag, het kind leert onderne-
men , zijn geduld oefenen en zijne eigene krachten kennen
en gebruiken. Wanneer het spelenderwijs eene of andere
handeling, die het vader of moeder heeft zien verrigten,
nabootst, begint het die handeling wezenlijk te leeren. Het
spelen met andere kinderen is een nog krachtiger middel
ter ontwikkeling. Het gemeenschappelijk spel wekt ver-
mogens, die nog sluimerden, en doet de inborst en bij-
zondere gaven van ieder kind ongedwongen aan den dag
komen. Terwijl de kinderen te zamen spelen, plaatsen
zij zich in verdichte (denkbeeldige) betrekking tot elkan-
der, b. v. van officier en soldaat, van leermeester en dienst-
bode , enz.; maar zij oefenen zich toch degelijk om zich
overeenkomstig de aangenomen rol te gedragen, en zoo
worden velerlei krachten gewekt en ontwikkeld, zoo leè-
ren zij met en door elkander veel meer, dan men opper-
vlakkig vermoeden zou. Gelooft mij, moeders! voor jonge
kinderen is het spel het voornaamste ontwikkelingsmiddel.
De zucht tot spelen is den kinderen niet enkel tot tijd-
korting eu genoegen ingeschapen. De Voorzienigheid wilde
den jeugdigen mensch, door spelende bezigheid, tot ern-
stige bezigheid voorbei-eiden en opleiden. Waarom zou-
den de ouders weigeren den weg te volgen, dien de Na-
tuur zoo kennelijk aanwijst, te meer, daar voor de kinde-
ren geen grooter en gezonder genot bestaat dan het spel?
Gunt daarom aan uwe kleinen den tijd om kind te zijn.
Tot aan hun achtste jaar leeren zij door in vrolijkheid te
spelen meer dan door ernstig onderwijs, waarvoor zij eerst
10