Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 143 --
Avare, lot ceuc school te maken, lot eene school, waarin
onderwijs werd gegeven in de voor iedere moeder onont-
beerhjke kunst van opvoeden — dat plan werd door zijne
medewerking krachtig bevorderd. Tot onze groote spijt
zijn wij, om dit boek niet al le breedvoerig te maken,
genoodzaakt bijna alles achterwege te laten, wat valken-
huize bij voorkomende gelegenheid aan de moeders voor-
hield. ?mkele staaltjes noglans deelen wij meè. Eens
sprak hij in dezer voege:
(iisteren zag ik een kind van drie of vier jaar, dat,
zonder iels te hebben om er zich meê bezig te houden, met
de grootste onverscbilligheid doodbedaard op een stoeltje
zat. "Vrouw!" zei ik tegen de moeder, die niet ver van
daar was, "geef je kind wat speelgoed, of haal er een an-
der kind bij, of speel er zelf wal ineê." Maar ik kreeg
len anlAVOord: "^Vat kan 't mij sclielen, of mijn kind speelt
of niet, als 't maar zoet is." Aan 't gezigt van die vrouw
merkte ik wel, dat zij toen niet in eene stemming was om
naar goeden raad te luisteren; maar ik dacht bij mij zeiven:
h zou misschien niet kwaad wezen, als ik in de Bewaar-
school aan de moeders eens trachtte uit te leggen, waarom
het heilzaam is, dat de kinderen spelen, en welke spelen
de nuttigste zijn?
Is 'l niel opmerkelijk, dat de zucht, om bezig ge-
houden te worden, zoo vroeg bij de kleinen ontwaakt?
jN'aauwelijks is de zuigeling eenige weken op de wereld, of
hij draait uit eigen beweging zijue oogjes naar de lamp
en kijkt er in met genoegen. Drie of vier maanden oud,
steekt hij zijne handjes naar de dijjgen uil, en is hij te-
vreden, zoo lang hij iels le zien, le liooren, te grijpen of
vast le houden heeft, dat is te zeggen, zoo lang zijne zin-
tuigen bezig zijn. Laat gij het hem aan zinnelijke bezig-
heid ontbreken, dan schreit hij, zonder dat hem iets deert,
louter uit verveling. In den eersten tijd is het ontvangen
van zinnelijke indrukken bezigheid genoeg; maar in hel
tweede jaar is het kind bij zijne tijdkortingen zoo lijde-
lijk niet meer: hel voelt zijne kracht, wil er de uitwer-
king van zien, wil zelf doen, om 't even wal, als 't
maar voelt, dat het bezig is. Zoodra het niets omhanden