Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 141 --
dc waarschuwingen van het Bestuur en van de Genees-
kundigen in den wind.
"Toen ik een kind was, vrienden!" — zoo sprak dc
Heer valkenhuize tot de dorpehngen, die met hem de
begrafenis van vrouw maex hadden bijgewoond — "toen
ik een kind was , waren er onder de volwassenen weinige,
die niet in meerdere of mindere mate de sporen van de
kinderziekte op het aangezigt droegen. A'^ele bleven af-
zigtelijk misvormd, sommige behielden eene of andere
onherstelbare kwaal; er waren er, die door dc pokken
levenslang blind bleven. Weet gij hoeveel menschen, vóór
de ontdekking van de koepokinenting, in ons werelddeel
alleen, volgens eene gemiddelde berekening, jaarlijks aan
de pokken stierven? Ten minste viermaal honderdduizend!
Ja, viermaal honderd duizend ieder jaar. En als men nu
niet blijft waken , als men de koepokinenting niet iji
waarde blijj't houden, zal de kinderziekte — gij hebt on-
dervonden , dat zij niet uitgeroeid is — op nieuws ver-
woestingen gaan aani'igten, en wie kan te voren zeggen ,
hoe ver die nieuwe verwoestingen zich zouden kunnen uit-
strekken ? Er zijn menschen, die,, enkel uit stijfhoofdig-
heid, omdat zij nu eenmaal tegen de koepokinenting in-
genomen zijn, hunne kinderen niet laten vaccineren, cn
allerlei schijnredenen zoeken, om zich te onttrekken.
Wat weten die lieden er van? Hebben zij dieper en be-
ter inzigt in de zaak dan de Geneesheeren ? En wat drijft
deze om de vaccine zoo eenstemmig voor te staan? Voor-
waar hun geldelijk voordeel niet____ Innige overtuiging
en zorg voor hunne medemenschen, ziedaar wat hen aan-
spoort. Als zij u verzekeren, dal de koepokinenting met
de noodige zorg verrigt en na verloop van twaalf of veer-
tien jai-en herhaald, een onfeilbaar vocjrbehoedmiddel is;
als zij u bovendien verzekeren, dat de vaccine geene kwade
gevolgen hoegenaamd na zich sleept, gelooft hen dan,
want zij hebben er meer verstand van dan gij. Er zijn
ook menschen, die meenen, dat het ongeoorloofd is dc
kinderen te laten vaccineren, omdat men daardoor, naar
hunne meening, de oogmerken der Voorzienigheid voor-
uit zou loopen. Beklagenswaardige verblindheid is het,