Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
III.
wien 7AL men raad vragen?
Wii.r.KM had weleens gehoord, dat de vrouwen, die in
hlijde verwachting zijn, zich in sommige opzigten — in welke
wist hij niet regt — meer dan gewoonlijk behooren in acht
te nemen. Bezorgd voor zijne klara, begaf hij zich (na
niet zonder eenige moeite hare toestemming verkregen te
hebben) naar den Doctor, om van dezen te vernemen, hoe
zijne vrouw zich gedragen moest, om zoo weinig mogelijk
ongemak van haren toestand te hebben, en te behoorlijker
tijd eene blijde moeder te worden.
Doctor westers, dien wij in den loop van dit geschrift
dikwijls zullen ontmoeten, was een man in de kracht van
zijn leven en vader van onderscheidene kinderen. Geheel
het dorp, ja geheel de omstreek getuigde van hem, dat hij
aan het ziekbed een schrander, hartelijk, onvermoeid hel-
per was; maar voor zich zei ven scheen de man er grooter
eer in te stellen om de menschen gezond te houden dan
om hunne ziekten te genezen. En dit gezond houden ge-
lukte hem doorgaans wonder wèl. Den een' maakte hij in 't
voorbijgaan opmerkzaam op eene betere keus van spijzen en
(b-anken; den ander' gaf hij doeltreffende wenken omtrent
het drooghouden en luchten zijner woning, een' derden we-
gens zijne kleeding, een'vierden wees hij de middelen aan,
om zich tegen den schadelijken invloed van zijn bei-oep te
beveiligen; en wie aan zijne raadgevingen gehoor gaf, leefde
gezonder en vergenoegder dan vroeger. Op deze wijs ver-
diende de brave Doctor wel minder geld, dan hij zou ge-
daan hebben, zoo hij zich tot het genezen had bepaald;
maar hij getroostte zich deze winstderving, want hij had
zich in 't hoofd gezet, dat de voornaamste en welda-
digste roeping van den Geneesheer daarin bestaat, dat bij
zich zeiven zooveel mogelijk ontbeerlijk maakt. Liefst en met