Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 137 —
dekt Llijven. Buiten's huis zal alsdan een onigeknoople
doek den hals genoegzaam verwarmen, zonder poesjes of
Lontjes, of hoe die voor kinderen nuttelooze dingen hee-
len mogen. Wat de jongens aangaat, 't is ongetwijfeld
verkieslijk hen in 't geheel niet aan eene das te gewennen,
omdat dit kleedingstuk altijd eene meer of minder schade-
lijke werking doet, en door de vrije Leweging van het
hoofd te verhinderen, aan de houding van het ligchaam
iets stijfs en onLehagelijks geeft. Daarbij leert de onder-
vinding, dat de das ook in ons klimaat, zonder nadeel
voor de gezondheid, kan gemist worden, mits men er
van zijne vroegste kindsheid aj nooit eene gedragen
hebbe, en den hals dagelijks met koud water fiksch blijve
wasschen. IMaar is uw zoontje eenmaal aan het dragen
van een' halsdoek gewend, dan is 't niet raadzaam dien,
zelfs bij V warmste zomerweder, geheel weg te laten. Zorg
in dat geval maar, dat de das niet knelle, noch overma-
tig dik zij.
Duldt nooit, dat uwe kinderen binnen's huis hoeden of
petten ophebben. De gewoonte, om de meisjes op de
scholen of in huis met mutsjes te laten, verweekt het
hoofd, en is daarom ten hoogste af te keuren. A^indt ge
ook niet, dat kleine meisjes met zindelijk gekamde haren
er veel netter en aardiger uitzien dan met mutsen ? Bij
zomertijd is voor buiten's huis een hoed of pet van stroo
voor kinderen het best. 's Winters mag het hoofd een
weinig warmer gedekt wezen; maar mutsen of petten met
bont zijn onnoodig.
Zoo men beter acht gaf op het schoeisel der kinderen,
zouden niet zoo vele mensclien levenslang door likdorens
of ander ongemak aan de voeten geplaagd worden. De
voet van jonge kinderen is zóó teer van gebeente, dat hij
door knellend schoeisel ligt voor altijd misvormd wordt.
Daarom moet gij uwe kinderen nooit klompen laten dra-
gen , als gij schoenen voor hen bekostigen kunt. De ver-
eischten van een' goeden kinderschoen zijn: dat hij ruim
genoeg, altijd een weinig langer dan het voetje, uit rek-
bare stof, L. v. zacht leder, en op twee verschillende lees-
ten gemaakt zij. Als gij de grondvlakte van het voetje