Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— I3G -
tleele. Al wat de Lorst en heupen van jonge meisjes Le-
knelt en drukt, is in hooge mate ongezond.
Ook de jongens Lehooren ruim en los gekleed te gaan.
Een jongen moet kunnen loopen, draven en klauteren
naar hartelust: zijne kleeding mag hem niet hinderen hij
de velerlei bewegingen, waartoe zijn jongensaard hem aan-
zet. Ziet de Jongelieerljes, die naauw sluitende pakjes
dragen en stijve kraagjes en mooije hooge laarsjes! Waar
zijn de rozen van hunne wangen? Waar is hunne kinderlijke
vrolijkheid? Ach! de kleermaker heeft ze meegenomen,
toen hij die naauw toegegespte broek, dat naauwe buis,
dat dure vestje gebragt beeft! Geef aan uwe jongens een
los kieltje met knoopen van voren, en zonder riem, gor-
del of schuif om het jnidden. Laat dat bovenkleed voor
den zomer uit katoen of linnen en voor den winter uit
dikkere stoflaadje vervaardigd zijn. Voorstanders van de
hardende opvoedingsmanier hebJ^en aangeraden de kinde-
ren des winters niet warmer te kleeden dan des zomers;
maar dit voorschrift strookt niet met de eischen van ons
klimaat. Waarom toch niet toegegeven aan de begeerte,
die ieder mensch gevoelt, om zich des winters warmer te
dekken ? Zien wij buitendien niet, dat de huid der die-
ren des winters met dikker haar bezet is? Ik zou even-
wel niet verlangen, dat men zijne kinderen alsdan al te
warm inpakte, of hen al te zorgvuldig koesterde. Ook
zou ik in 't algemeen aanraden de winterkleeren niet al
te vroegtijdig aan te trekken. Psiet dan nadat de eerste
winterkou zich heeft doen gevoelen, ga men tot warmere
kleeding over; zich te wapenen tegen de koude, die nog
komen moet, is al overdreven zorg, is al vertroeteling.
Maar aan den anderen kant zou ik de winterkleeding ook
niet te vroeg doen afleggen: als het ligchaam nu eenmaal
aan die warmere kleeren gewoon geworden is, mogen deze
niet weggelaten worden, voordat ze wezenlijk overbo-
dig zijn.
Vooral moet ge in de bekleeding van den hals uwer
kinderen niet te dikwijls verandering maken. Dat de
ineisjes binnen's huis ook bij wintertijd het halsje bloot
dragen, is zeer goed, mits borst en schouders matig be-