Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 134 --
ren cle meest gepaste, omdat ze, rekbaar zijnde, nooit
knellen, en de bewegingen niet bemoeijelijken. A^erwis-
selt, zoo gij kunt, bet hemdje dagelijks, want gij weet nu,
dat de huid in den kinderlijken leeftijd zeer sterk uitwa-
semt. In het dikwijls verwisselen van de onderkleeren
(mits ze schoon en kurkdroog zijn) steekt, naar mijne on-
dervinding, eene verwonderlijke kracht om de kinderen
gezond en sterk te maken. De kousjes wensch ik ook van
katoen; wol broeit te veel, en in koude winterdagen zou
ik liever twee jiaar katoenen kousjes boven elkander geven,
dan één van wol met een ander van katoen daarover.
Nog altijd prijs ik den ouden gezondheidsregel, welke voor-
schrijft het hoofd koel te houden, maar de beenen en voe-
ten tegen koude le beveiligen. Ilet telkens afvallen van
de kousen te verhinderen, zonder eene den bloedsomloop
stremmende drukking aan te brengen, is niet gemakkelijk,
en toch al wat het ligchaam of een deel daarvan krings-
wijs omgeeft, 't zij das, 't zij band of schuif, of gordel
om het midden, 't zij kousenband, maakt het vrije rondstroo-
men van het bloed moeijelijk en is uil dien hoofde onge-
zond. Bij jongens zou men het nadeel van de kousen-
banden op de volgende w ijze kunnen vermijden. Men geve
hun boven den borstrok een katoenen lijfje, door een paar
breede, rekbare schouderbanden vastgehouden, reikende
tot aan de heupen, en met eenige haken en oogen geslo-
ten. Op het ondereind van dit lijfje zou ik, door middel
van vijf of zes knoojien, een wijd, vooral wijd broekje
vastmaken, waarvan ik de pijpen boven de enkels, met
een' tamelijk breeden band, zou bevestigen; het jongsken
zou in dat geval sokken in plaats van kousen dragen, en
de altijd min of meer schadelijke banden aan de knien
konden dan geheel wegldijven. De kleine meisjes, om-
dat zij rokken dragen, zonder onderbroek te laten, is in
ons afwisselend klimaat niet goed te keuren; wil men
het broekje niet als bij de jongens boven de enkels vast-
maken, dan lette men er vooral op, de kousenbanden niet
le stijf aan le halen, en den knoop liefst buitenwaarts te
leggen tegen den bovenrand van het scheenbeen, want
daar schaadt hij nog het minst.