Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 110 —
III. Als gij eindelijk nog vernemen wilt, hoe dikwijls
de kinderen eten moeten, weet dan, dat het kind de
spijzen sneller verteert dan wij volwassenen; dat het al-
zoo spoediger op nieuws honger krijgt, en daarom niet
zoo lang wachten kan als wij. Een pasgespeend kind kan,
gezond zijnde, over dag ten hoogste drie uren zonder
voedsel Llijven. Slaapt het een' geheelen nacht door, zoo
geve men het terstond Lij Let ontwaken Lrood of LescLuit
met melk; len negen ure moet het weèr iets heLLen, zoo
ook ten twaalf ure. Na hel middagmaal wachle men alweer
O
niet langer dan drie uren, en des avonds geve men liefst
eene of andere ligte melkspijs. Hel is in 'l algemeen heil-
zaam, dat kinderen, vóór 'i naar Led gaan, niet te veel
voedsel ontvangen. Gedurende het tweede en derde jaar
kan hunne maag zich nog niet naar de etenstijden der
volwassenen schikken, en Llijft het raadzaam hun tus-
schentijds eene Loterham, eene Leschuit of iets anders toe
te staan. Zelfs aan vier en vijfjarige kinderen zal meii
hun verzoek niet afslaan, als zij tusschentijds eenig voedsel
mogten vragen. Eerst het zevenjarig kind moei de gewone
etenstijden van de ouders afwacliten, mits deze gewoon zijn
niel minder dan viermaal daags le eten. De volwassen
mensch kan met driemaal volstaan; maar zoo lang het lig-
chaam in zijn' groei is, ontvange hel ten minste vier kee-
ren in het etmaal voedsel.
En hiermede voor van daag genoeg; als gij mijn' wel-
gemeenden raad nogmaals wilt komen aanhooren, zal ik
uwe aandacht en uw geduld nooit weêr zoo lang achtereen
op de proef stellen, als ik deze reis gedaan heL. —
Korten tijd, nadat de Doctor deze toespraak gehouden
had, werd op de Bewaarschool de gewoonte ingevoerd, aan
elk kind dagelijks een Lordje goede vleeschsoep te geven.
Ouders, die iets te missen hadden, Letaalden daarvoor
eenige — zeer weinige centen daags, — want Lij 't gereed-
maken van de soep werd de meest mogelijke zuinigheid
in acht genomen. Aan de kinderen van Lehoeftige ouders
werd de soep om niel gegeven, daar eenige gegoeden uit
9