Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 123 --
aardappelen moeten eten, dan de maag van een' mensch be-
vatten kan? De beklagenswaardige kinderen, die____ he-
laas ! niets dan aardappelen en altijd weêr aardappelen krij-
gen, blijven krachteloos, hebben dunne magtelooze armen
en beenen, een' opgezetteri buik en eene vaalbleeke, magere
Ironie; klierziekte en ellende is hun deel. 't Is daarojn —
als men anders kan — volstrekt ongeoorloofd en onverant-
woordelijk, zijne kinderen geheel of zelfs voornamelijk met
aardajipelen te voeden. Maar 't is eene andere vraag, of men
zijnen kinderen geen' enkelen aardappel mag gunnen? Ik
voor mij kan niet inzien , dat men door aan gezonde kinde-
ren éénmaal daags drie of vier goed gaargekookte kruimige
aardappelen te geven iets misdoen zou. INIaar toont het kind
eenigen aanleg tot Engelsche ziekte of tot klierziekte, ja, dan
zou ik de aardappelen onvoorwaardelijk verbieden. Om de
geringe voedzaamheid der aardappelen te verbeteren, kan
men er eene of andere melkspijs bij laten gebruiken. Wie
zich gedwongen ziet zijn' kinderen meermalen dan gezond is
aardappelen voor te zetten, moest er ten minste altijd melk
bijvoegen: want melk — onthoudt dit — maakt de aard-
appelen voedzamer.
- Rijst staat in voedend vermogen ten naasten bij met de
aardappelen gelijk.
Is het noodig, of alvast nuttig, dat de kinderen vleesch
krijgen? Alweêr eene zeer belangrijke vraag, 't Is, dunkt
mij, ontwijfelbaar, dat de kinderen bij een ruim ge-
bruik van versche melk hoofdzakelijk leven moeten van
spijzen uit het plantenrijk ontleend, als daar zijn brood,
ligt verteerbare groenten en vruchten; maar evenzeer ben
ik overtuigd, dat eenig dierlijk voedsel bij het plantaar-
dige den groei der kinderen bevordert en hunne gezond-
iicid versterkt, en ik ben het gansch niet eens met dc
Opvoeders en Geneesheei-en, die kinderen tot in het zevende
jaar geheel zonder vleeschkost willen laten. Inzonderheid
acht ik vleeschsoepen, met gro'enten of rijst er in, een'
allerbesten kost voor de kinderen in 't algemeen eji
voor de twee- en driejarige in 't bijzonder; krijgen zij
dagelijks eene, goede soep, dan kunnen zij tot hun zevende
jaar andere vleeschspijs — des noods — ontberen. Zoo dc