Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 122 --
voedsel leveren. Ziet, moeders! daarom prijs ik liet brood,
tenvijl ik in 't gebruik van andere meelspijzen voorzigtig-
lieid aanraad, en hoe hoog ik het brood, dat men met,
regt den staf \a.iï het leven genoemd heeft, ook waardere,
toch zou ik nooit goedkeuren, dat een kind enkel met
brood wierd gevoed. De ondervinding leert, dat de kin-
deren voorspoediger groeijen, als men ze van tijd tot tijd op
iets anders onthaalt, dan wanneer men hun altijd hetzelfde
voorzet. Onder de meelspijzen, die nu en dan als tusschen-
spijs of ter aanvulling — maar nooit als hoofdvoedsel —
met voordeel kunnen gegeven worden, behooren haver-
meel , sago, arrowroot, zelfs aardappelmeel in water gaar
gekookt en vervolgens met melk aangemengd. Van tarwe-
meel, hetzij in water, hetzij in melk gekookt, wordt
liier te Lande voor de kinderen van de mindergegoeden
een veel te ruim gebruik gemaakt. Deze kost, dagelijks
en bijna uitsluitend genoten, is een op zich zelf ontoerei-
kend voedsel, een voedsel, waarbij het kind eigenlijk hon-
ger lijdt, al krijgt het er nog zoo veel van; en als 't dan —
zoo als vaak het geval is — slecht is klaargemaakt, zoo-
dat men er klonters of geheele brokken meel in vindt, dan
is het nog ongezonder. Alle kinderen, die voornamelijk
van meelpap of meelbrij moeten leven, worden martelaars
van de klierziekte. Eer ik van de meelspijzen afstap, wil
ik u zeggen, dat alle zwaar en vet gebak, als daar zijn,
pannekoeken, ketelkoek , oliekoeken, nimmer of nooit door
Ivindermonden geproefd moesten worden.
En nu de aardappelen, zijn die Avezenlijk zoo ongezond,
als sommige menschen beweren ? ]Mag men aan zijne kin-
deren volstrekt geen enkel aardappeltje toestaan? Mijn ant-
woord is het volgende: Aardappelen zijn minder voed-
zaam, dat is minder herstellend, minder krachtgevend,
dan men in vroeger tijd meende, en 't is noodig, dat de
handwerksman dit wete, opdat hij zich niet voede met
aardappelen, als hij betere spijs kan bekostigen. De be-
hoeftige burger, die bij zwaren arbeid genoodzaakt is enkel
Aan aardappelen te leven, voelt alras zijne kracht vermin-
deren. Om vergoed te krijgen, wat het ligchaam door har-
den arbeid verliest, zou men eene veel grooter hoeveelheid