Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 119 --
maar verschaft geen nieuw en gezond bloed, omdat zij
niet verteerd wordt. Gij begrijpt nu, hoe het mogelijk,
is, dat een kind, ofschoon met voedsel overladen, ja vol-
gepropt, eigenlijk toch gebrek kan lijden. Gij begrijpt nu
ook, dat een zelfde voedsel zeer gezond kan zijn voor vol-
wassen menschen, en schadelijk kan wezen, ja op den duur
doodelijk worden voor jonge kinderen. Mannen, die zwaar
werk verrigten, zullen Gksch gezond blijven, als zij den
eenen dag, b. v., erwtensoep eten met worst en den volgenden
dag zuurkool met aardappelen en spek, enz.; maar met
diezelfde spijzen zoudt gij uwe pasgespeende kinderen
hoogst waarschijnlijk naar 't kerkhof helpen. Bedenkt dus
altijd, dat het spijsverteringsvermogen van dc kinderen
niet dan langzamerhand grooter wordt, en dat er altijd
stoornis in de gezondheid en in den gi-oei der kleinen op
volgt, als de spijs het spijsverteringsvermogen vooruitloopt.
Er zijn vrouwen, die zeggen: "Nu mijn kind gespeend
"is, moet het maar ineens alles meè eten wat het huis-
"gezin eet: ik heb geen' tijd en geen geld om altijd wat
"afzonderlijks klaar te maken." Gij, moeders! ik bid
u, doet niet alzoo: gij weet nu, dat gij het leven
uwer jonge kinderen moedwillig in gevaar zoudt bren-
gen; want zij kunnen inderdaad nog niet alles verteren
wat aan de volwassene leden van uw huisgezin goed be-
komt. Gij weet, wat klierziekte is, eene akelige kwaal, die
verschillende gedaanten aanneemt; die nu eens zwelling,
pijnlijke en langdurige ontsteking en vereltering van hals-
of andere klieren verwekt, dan weêr de hardnekkigste
en walgelijkste uitslagen op het hoofd en andere ligchaams-
deelen veroorzaakt, dikwijls haren zetel kiest in het on-
derlijf, en lieve kinderen in dorre geraamten verandert,
om ze eindelijk een' langzamen dood te doen sterven; eene
kwaal, die niet zelden hare slagtoft'ers schijnbaar met rust
laat tot ze volwassen zijn, en clan hunne longen verwoest
om ze aan onverbiddelijke tering prijs te geven. Wel-
jm, die verschrikkelijke klierziekte, al mogen ook andere
oorzaken meèwerken om haar te doen ontstaan, wordt
voornamelijk opgewekt door slecht gekozen voedsel. Waar
men de kinderen opbrengt met zware onverteerbare spijs,
é