Boekgegevens
Titel: Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Serie: Werken der Maatschappij tot nut van 't algemeen, 5:6
Auteur: Allebé, Gerardus Arnoldus Nicolaus
Uitgave: Leiden: D. du Mortier & Zoon, 1853
Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 655 D 51
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_203153
Onderwerp: Pedagogiek: opvoedingspraktijk
Trefwoord: Opvoedingsondersteuning
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Het kind in zijne eerste levensjaren: wenken voor ouders
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 115 --
XVIII.
OVER DE SPIJZEN EN DRANKEN,
DIE VOOR KINDEREN, NA DEN TIJD VAN HET
SPENEN, DE CxEZONDSTE ZIJN.
Sedert ettelijke jaren bestond op het dorp eene Bewaar-
school. Op zekeren namiddag waren de moeders uitgenoo-
digd hare kinderen, vóór den gewonen tijd, in persoon te
komen halen. Nadat de kleinen, onder behoorlijk toezigt,
op het aangrenzende grasperk, dat tot speelplaats diende,
gebragt waren, en de vrouwen op banken hadden plaats
genomen, nam Doctor westers het woord en sprak als volgt:
Gij ziet, moeders! hoe men op deze Bewaarschool uwe
kinderen bewaart, dat is te zeggen, naar ziel en ligchaam,
legen kwaad en leed beveiligt, terwijl zij spelenderwijs al
een weinigje leeren. Gij stelt op pi-ijs wat hier voor hen
gedaan woi'dt, en erkent bovendien, dat deze, Inrigting u
gemak aanbrengt en lijd voor u uitwint. Wat mij betreft,
ik ben een warm voorstander van Bewaarscholen, en toch
zal ik u een' raad geven, dien gij, na deze verklaring, van
mij niet verw achten zoudt: Moeders ! steunt niet te veel,
steunt niet uitsluitend op de Bewaarschool. Al zendt gij
uwe kleinen nog zoo trouw hierheen, gij blijft toch de
moeders; gij blijft per slot van rekening toch aansprake-
lijk; op u blijven moeijelijke pligteji rusten____ ja! moeije-
lijke pligteji. Men kan, wel is waar, met zijne kinderen
even zoo te werk gaan, als men andere menschen ziet doen;
dat is gemakkelijk; dat kost zooveel hoofdbrekens niet.
Maar zegt mij, betaamt zulk een blindelings volgen van de
oude gewone sleur aan vrouwen, die niet alleen een hart
hebben om hare kinderen lief te hebben, maar ook een
hoofd om er met verstand voor le zoi-gen? Neen, gewis niet!
8*